Voorjaar 2026- kort rondje Balkan

Laurino via de balkan.

Al zes jaar bezit ik ondertussen het huisje in Laurino. Ieder jaar ga ik er heen, maar afgelopen 2025 kwam het er niet van. Na veel uitstel had ik besloten om in de winter te gaan, maar toen de winter naderde liep mijn agenda wederom vol met goed betaald werk en werd ik herinnerd aan mijn voornemen om na diverse winters en een zomer om juist het voor of najaar uit te kiezen voor een bezoek. Ook dit zijn altijd de drukke jaargetijden, maar als je het bijtijds aanvliegt, zou het toch wel moeten lukken.

Mei werd de vertrekmaand. 2 en 3 mei de Citro Classica, daarna een weekje de laatste eindjes en dan op koers. Helaas mislukte dat plan doordat enerzijds ik mezelf een andere belofte had gedaan; niet weg te gaan voordat het gouden huisje afgetegeld is en anderzijds dat ik me te laat realiseerde dat gedurende mijn afwezigheid de APK zou verlopen van de J7 reisbus in de periode dat ik weg was. De week voor mij vertrek waren niet voldoende om de bus goedgekeurd te krijgen en het weer was erg wisselvallig zodat het lekker doortegelen geen optie was, dus werd het wederom een weekje later. En weer een weekje. Uiteindelijk woensdag 19 mei zat ik vlak over de grens in Duitsland.

Mijn eerste echte stop was Trier. Een stad die ik nooit bezocht had, hooguit langsgereden. De zwarte Romeinse stadspoort leek me de moeite waard, maar helaas waren die deels in restauratie. Voor een tussenstop is Trier leuk, maar ik zou er niet te veel voor omrijden. Paar fototjes en door.

Na wat landelijke tussentops in Duitsland, Oostenrijk en Italie, met een dubbele overnachting bij Bolzano in de Dolomieten was de volgende culturele stop in Altivole. De Italiaanse ontwerper Carlo Scarpa heeft daar een sereen doch brutalistisch heiligdommetje ontworpen op een bestaande begraafplaats en is er als klap op de voorpijl later zelf bij gaan liggen. Mooi gedaan. Hij weet door verfijning van de randen van beton iets aaibaars te maken. Unieke plek. Helaas ook hier onder constructie dus niet geheel te bezoeken.

Terwijl ik de reis voortzet, kom ik bij toeval langs een landgoed van de verbannen Venetiaanse handelsfamilie Manin in Passariano. Die laten in de zeventiende en achttiende eeuw dit overweldigende paleis bouwen in een neo-klassieke bouwstijl. Beetje protserig en schaalloos, maar wel indrukwekkend groot. Donald zou hiervan wel een east wing van willen hebben.

De volgende stap is Slovenië. Na overnacht te hebben tegenover een stationnetje vlak over de grens, iets wat achteraf ten strengste verboden bleek te zijn, ben ik doorgereden naar Ljubljana. Leuke stad die me om verschillende redenen aan Utrecht deed denken. Zeker de moeite waard om te bezoeken, ook al lijkt de natuur wel het meest aantrekkelijke van dit relatief kleine land.

Kroatië is nu aan de beurt. Na een overnachting vlakbij Rijeka reis ik langs een prachtige kustweg naar Pula. Keizer Vesparianus liet zowel het Colosseum als dit amfitheater bouwen. Deze is weliswaar een slag kleiner, maar nog in redelijke staat. De mensen in de horeca spreken Engels, wat aan de overkant in Italie heel anders is. Daarna stiefel ik voor twee nachten naar een meertje in midden Kroatie, Djumiç Selo.

Split is de eerste stad die ik bezoek in Kroatië. Lou zei dat het niet de moeite was, maar het ligt onmisbaar op de route naar het zuiden en G was positiever. Ik snap beide wel. Het interessante deel, de oude binnenstad, is klein, erg druk met toeristen en de bekende winkeltjes, maar als geschiedenis je weinig zegt, is het een onnodige stop. Jammer dat het toerisme ook zoveel verpest en toen moest Dubrovnik, nog veel erger, een dag later nog komen. Gelukkig is de weg er naartoe adembenemend.

Na het overvolle Dubrovnik, ook weer een mooi voorbeeld van hoe het toerisme de historische steden verknalt, rij ik via een stukje Bosnie/ Herzegovina naar Montenegro. De eerste grenscontroles en stempeltjes op deze reis. In Montenegro ging de uitlaat wel steeds iets meer lawaai aken en na een kleine inspectie bleek er een scheur te zitten in de vlampijp die in Turkije er onder gelast was.Aangezien ik ook al weer een paar honderd kilometer rondreed met een lege reserveband, nadat ik op de snelweg tussen Pula en Split linksachter plat reed, een mooi moment om de band weer startklaar te hebben. Dat lukte op de route, bij een alleraardigst bandenstationnetje.

Volgende stap is de uitlaat. Nog voor de grens met Albanie reed ik langs een openstaande schuur met een mannetje en een mig apparaat. Ik denk, dat is m. De man ging meteen aan de slag en ook al laste hij uiteindelijk slechts de kalve scheur dicht, ik kom weer ff verder.

In Albanie op een zeer prettige camping voor weinig terecht gekomen nabij Shkodra. Wel veel muggen. Daar een Duitse campinggenoot ontmoet. Een alleraardigste man van in de zeventig. Ben zijn naam helaas vergeten en dat biertje wat we zouden gaan drinken moet ook nog gebeuren, maar hij vertelde dat hij veel in Albanië vertoefde en dat hij het zeer de moeite waard vond. Ik heb nog weinig gezien, maar kan me wel voorstellen wat hij bedoelde. De dag erna ging de pont van Dürres naar Bari, dus ik vertrok weer bijtijds. Mooie rit maar dramatisch wegdek, op de tolweg na.

De nacht op zo’n pont is altijd een drama. De hutten zijn veelal uitverkocht zoals nu ook en de lounge is rampzalig om te slapen. Kortom, geen oog dichtgedaan en mij voorgenomen om ergens op de weg van Bari naar Potenza een lange stop te maken. Dit kwam er niet van en ben toen in een keer doorgereden naar Laurino, want de afstand was te overzien en hoe dichter bij ik kwam, hoe meer energie het gaf. Echt een soort thuiskomen.