Playback 2022

Invierno
De winter in Zuid-Italië is heel bijzonder. Voor het eerst bijna een half jaar in het buitenland. Nu was het de bedoeling om Laurino te gebruiken als vertrekplek voor reizen in Zuid-Europa, maar het huis verdient eerst nog behoorlijk wat aandacht en het is ook een mooi moment om mensen te ontvangen. Zo komen rond de jaarwisseling Marcel en Greet langs, June en August met twee vrienden en Lou met Naomi. Het is een mooie tijd om de buurt te verkennen met wandelen en met de door Bram meegenomen Peugeot 204 break. Het winterse weer is van een heel ander kaliber als in Nederland. De temperaturen liggen iets hoger, vooral het gebrek aan wind en het vroegere opkomen van de zon geven een structureel voorjaarsgevoel. De bergen zijn ook prachtig, de mensen vriendelijk. Lou wordt 7 maart 18, dus dat is het ijkpunt om terug te zijn in Nederland. De februarimaand wilde ik nog door de hak en laars trekken met de Setra, maar ik merkte dat de koppelingsplaat op overlijden stond en voordat dat gerepareerd was, waren we alweer in medio februari beland. Het wandelen heeft echter niet tot een substantiële gewichtsvermindering geleid. Op sommige dagen wel meer dan vijf uur gewandeld, wel meer spieren maar de broeken zitten nog even strak. De ademhaling is echter prima en ik neem me voor om in Nederland het hardlopen weer op te pakken, nu wat fanatieker dan voorheen. De terugreis met de Setra gaat voorspoedig, deze keer via Briançon, Ton en twee J7’s voor onderdelen en ik haal precies op de maandag de verjaardag van Lou.


Omikron
’s Avonds zit het huis van Marijke vol, is het als vanouds met hapjes en veel familie die ik al een half jaar niet gezien heb. Lola steekt iedereen aan met omikron waardoor mijn fanatieke hardloopplan een week of twee uitgesteld moet worden. Gelukkig gaat dat perfect; de ademhaling is prima in orde, in jaren niet meer zo goed geweest en de pijntjes van knieën en enkels vallen reuze mee. Een beetje doorheen lopen en na het rennen geen last meer. De laatste maand weer wat contact gehad met Geriènne. Een contact van jaren geleden die ik via LinkedIn weer opgeduikeld heb. Ze is erg met voeding bezig waardoor ik mijn problemen met graanproducten beter vorm kan geven. Het eten in Nederland is sowieso een mindere uitdaging dan de landelijke producten in Laurino. De ham, kaas, quasi verse pasta, landbrood, alles heeft meer smaak dan bij de Lidl. Het uit het menu schrappen van zoetigheid zoals chocolade, fabrieksbrood, koek en gebak is eenvoudig. Ik ga over naar magere kwark, vers fruit en nootjes overdag. ’s Avonds vaak maaltijdsalades afgewisseld met een pasta of iets met warme groenten. Heel af en toe pizza, liefst zelf gebakken in de olieton.


Hippie
Met Christa weinig contact, zeer af en toe een appje, wat ook nog soms in het verkeerde keelgat schiet. Fijn om afstand te hebben. Na mijn terugkomst uit Laurino ben ik een of twee keer bij haar langsgefietst en kreeg zowaar nog een kliekje opgediend; een unicum. Eigenlijk ging de hele romance alles een richting op en nu het een soort nachtkaars- vriendschap is geworden, niet veel anders. Haar inbreng was niet meer dan een mooi maar slecht functionerend kutje en een hoop gezeik. Na de apk keuring in mei rij ik met de J7 bij Christa langs. Midden op de Beemsterstraat kan ie blijven staan, want vlak erachter is de boel opgebroken. Ze bekijkt m uitgebreid, had ideeën met een rijdend winkeltje in Noord. Ook daar zal wel niks van komen, maar ik laat haar maar even dromen. Ze bukt en ik ga met mijn linker vinger over haar tattoo vlak boven haar billen. “Ho!” roept ze. Afblijven” Ik lach plagerig. “Je kan m deze vakantie wel gebruiken als je wil”. Twee buren komen ook even nieuwsgierig kijken. Ik ken ze niet maar Christa geeft ze de juiste antwoorden. Haar hoofd staat op plannetjes maken. Een tijdje hoor ik niks, maar eind juni echter belt ze me boos en in paniek op. “Ik moet naar Gorinchem naar het hippie-evenement! Ik zou vandaag samen met Jillian daar naartoe rijden maar zij is er al. Kan jij me zo brengen!” “Sorry Chris, ik heb zo een afspraak en in de middag zou kunnen, maar het is wel een takkeneind rijden. Kan je niet met de trein? Doet de Suzuki het niet?” Ze ontwijkt de vragen en herhaalt: “Kan jij me brengen, ja of nee?” Ik antwoord dat ik haar na mijn afspraak laat weten hoe of wat, want Lou wilde dit weekeinde naar een rapfestival in Tilburg en dat ligt aardig op de route, dus ik gooi niet meteen de deur dicht, ook al staat de toon mij niet aan. Lou geeft aan toch geen interesse te hebben om er vrijdag al te zijn. Ik app en bel Christa in de middag, maar er wordt niet gereageerd. Pas de maandag erop krijg ik een reactie in de trant van ik heb wel wat anders te doen dan de hele dag op mijn telefoon te appen..


Heinz
Vele spannende films kennen een plot waarbij het slechte wezen, de kwade genius of de grote vijand vlak voor het einde terugkeert om nog even de goede afloop flink te verstieren. Vergelijkbaar met Arnold Schwarzenegger’s meest gequote uitspraak; ‘I’ll be back’. Bijvoorbeeld het monster uit de Alien series, de Die Hard cyclus, Kill Bill, noem ze maar op. Zo ook onze lieve Christa. ‘It ain’t over until the fat lady sings’. Eeuwige vriendschap is leuk, maar past niet in dit verhaal. Het ontbreken van een explosie, bloedbad of ander dramatisch slot is niet des Christa’s. Toch zijn de slechteriken meestal de karakters die de film dragen. Zeker in tekenfilms, waar Coyote altijd leuker is dan Roadrunner, Donald leuker dan Mickey en Doofenshmirtz veel leuker dan Perry ooit zal zijn.
Ze komt een week later onverwacht langs in Zunderdorp precies als Inge blijft eten. Er was een rare piep in de Suzuki en vroeg of ik er naar wilde kijken. Om een debacle als met Ragna te voorkomen, geef ik haar bijtijds aan dat ze slechts kort kan blijven en dat ik nu zeker geen tijd heb om naar die piep te kijken. Ze vraagt of ze deze zomer de groene Peugeot J7 mag lenen voor haar vakantie met Lieke. “Geen probleem, alleen het interieur is nog niet op orde, dus daar zal je een plannetje voor moeten bedenken en wat aan moeten timmeren”. Ze stuurt me een dag later een boze app waarop ze afgeeft op de reclamefoto van Helmut Newton met het aangelijnde fotomodel voor de Citroen DS. Ik heb de ingelijste foto gekregen van Roos, heb er ook een t-shirt van. Deze foto zou in deze tijd misschien twijfelachtig zijn, maar het is juist wel grappig dat dat medio jaren zeventig allemaal wel kon en het is een mooie foto. Christa vindt het echt niks. Gemaakt door een vrouwenhater of zoiets. Ik laat haar maar. Niet veel reageert ze dat ze de bus wil meenemen en het interieur op orde wil brengen ergens anders. Ze komt m eind juli tot medio augustus lenen. Ik geef haar aan dat het ws wel kan, maar dat June m de tweede helft van augustus wil gebruiken. Zo is de bus hier van het terrein en is Christa het proefkonijn. Haar kennende is ze toch niet in staat er lange reizen mee te maken, dus blijft de bus bij storingen vanuit Amsterdam redelijk bereikbaar.
Na een dag of vijf timmeren wil ze m weer terugbrengen en dan de week erop een weekje lenen. Dan weer terug en twee weken met Lieke aan de zwier. De vrijdag ervoor wil ze komen eten; zichzelf uitnodigen kan ze nog immer voortreffelijk. Ik vind het prima, maar die woensdag ervoor krijg ik een klaagzang over de app dat het allemaal erg tegen zit en er aardig doorheen. Ik app haar terug dat ze ook alleen de bus op kan halen; dan hoeft ze niet te eten en dat scheelt haar weer tijd. Direct erop belt ze boos terug:” Wil je weer onder de afspraak uitkomen?” “Nee, zeg ik, ik probeer je juist tegemoet te komen in alles” Ze is er niet van gediend en zegt vrijdag 18.00 bij mij te zijn. Ik vind t wederom prima, maar merk dat ze met mij communiceert als met haar ex Cos. Niet fijn, maar ook niet zo raar, want voor haar ben ik waarschijnlijk ook zoiets ook al probeer ik het allemaal netjes en vriendschappelijk te houden. De donderdag en vrijdag ben ik wel nog flink wat tijd kwijt om de bus in orde te brengen, want het kookgas is nog niet naar wens aangesloten en de hoofdtank lpg lijkt iets te lekken op de aanvoerleiding.


Spacey
Die vrijdag komt ze langs. Het was lekker weer, een lange vrijdagavond in juli. Ik heb net gerend en loop nog in mijn renkloffie rond. Ze ziet er netjes uit, heeft zelfs iets make-up op. Zo ken ik haar niet en het staat haar ook niet echt vind ik. Vrijwel een jaar terug kwam ze met de Sameena- rok-truc. Ze ziet er vermoeid uit, ook gespannen. Wel lijkt ze goed in haar vel te zitten, want er komen geen verwijten uit, laat staan haar humeur-bazooka. Ik ga langzamerhand koken en praat wat over koetjes en kalfjes. Ze vertelt dat ze haar zoon lang niet heeft gezien, dat ze een vriendenclubje heeft gevonden via internet in Den Bosch en dat die gaan helpen met het timmeren in de bus. Ze laat schetsjes zien van wat ze wil en vraagt of dat oké is. Ik verwacht er niet te veel van, maar geef haar wat tips en hoe ik het zou doen, maar geef haar ook de vrije hand. “Hoe is het met de liefde?” vraag ik plotseling? Ze pakt haar telefoon en laat haar haar appgroepje zien uit Den Bosch en wijst een vrouw aan, Bo, waar ze iets mee heeft. “Hou je van haar?” Vraag ik. Ze antwoord: ”Ik denk het wel”. Op zich vind ik het wel leuk, dat ze van de vrouwenliefde is geworden, maar de vrouwen die haar tegenkomen, bijvoorbeeld op de camping of in de buurt, krijgen meestal binnen een paar tellen enorme jeuk van haar, dus wel bijzonder dat deze Bo er geen last van blijkt te hebben. Wij mannen gebruiken overwegend een andere sensor. Ze krijgt een appje binnen en terwijl ze m met een lach bekijkt, maak ik stiekem een foto van haar. Het gesprek kabbelt voort, we maken een paar afspraken over het timmertraject de komende week, dat we contact houden, dat ze me foto’s zou sturen en dat ik de bus dinsdag weer terug kan verwachten. Ik geef haar een complimentje dat ze vaak verschrikkelijk is, maar als ze goed in haar vel zit, verschrikkelijk leuk. Ik nuanceer het maar niet met dat die laatste momenten zeer sporadisch zijn geworden in onze vriendschap. Ze staat op, het schemert. Dezelfde tijd vorig jaar liep ze in de Sameena rok, nu in een spijkerbroek met laarsjes, zoals meestal. Als ze naar buiten loopt, ziet ze de tas die ik van Ester heb gekregen voor op de motor. “Leuke tas. Mag ik m hebben?”. Ik kijk even naar haar, taxeer de situatie en zeg nee. Ze schrikt een beetje, geeft aan dat ze m mooi vindt en m goed kan gebruiken. Ik pareer dat dezelfde argumenten ook voor mij gelden. Ze hangt m weer terug en loopt licht geïrriteerd naar buiten. Ze stapt in de bus. Ik wil haar een kus op haar voorhoofd geven, maar ze draait haar hoofd omhoog en geeft me een kus op de mond. Direct erna rijdt ze weg. Das hele andere koek dan dat dramatische gedoe met de Mercedes twee jaar geleden, toen ze maar niet weg kwam met dat geëxplodeerde hoofd. Het is een raar gevoel dat de bus met haar erin achter laat; een soort leegte maar ook jeuk dat er iets niet klopt. Na ja, we zien het wel. Tot nu toe ging het overwegend goed met het uitlenen van auto’s aan haar.
De eerste dag krijg ik nog een positief appje. Daarna volgt een volledige radiostilte. Geen foto’s, geen timmeroverleg, niks. De dinsdag komt de bus niet terug, de woensdag stuur ik haar wederom een appje of het allemaal goed gaat. Ook de donderdag geen reactie. Ik bel haar. Ze belt niet terug. Ook blijven de vinkjes grijs. Ze is me aan het bullshitten, zoals ze ook met Cos deed terwijl we bezig waren op het aanrechtblad, denk ik. De minachtende blik naar haar schermpje, terwijl ik haar bef. Die avond stuur ik Jillian een berichtje of zij meer weet. Ik krijg geen reactie maar omdat het me dwars zit, lig ik om twee uur nog wakker. Wat voor plannetje heeft het takkenwijf nou weer uit zitten broeden met mijn bus? Ik kijk op mijn telefoon of Jillian al gereageerd heeft en zie dat ik mijn bericht weliswaar geschreven heb, maar niet verstuurd. Ik stuur m alsnog en krijg diezelfde nacht een bericht terug. Christa had haar een zeer onbeschoft bericht gestuurd waardoor ze een tijd geen contact meer hadden, maar op het hippie-evenement heeft ze Lucas gezien en Christa’s nieuwe vriend ontmoet. Geen vrouw dus. Fijn zo die halve waarheden. Maar goed, ik stuur Christa een berichtje dat ik het niet erg vind als ze de bus wat langer leent, maar dat ze niet hoeft te jokken. Die vrijdagmorgen appt ze me boos ‘Jullie roddelen achter mijn rug over me en Jillian is de ergste’. Raar antwoord als je bijna een week niks laat horen en ik bezorgd ben over haar en mijn bus. Hoe dan ook, ik weet niet wat ik met de situatie aan moet, de bus is weg en heb geen idee wat er speelt. Ik ga me er steeds bozer over maken; wat is de bedoeling, haar plannetje deze keer? Ze was te lang uit mijn systeem zodat ik het gevaar niet zag aankomen. Mijn schild te laag laten hangen. Eerst ga ik haar maar “mixed emotions” appen, net zoals ze bij mij deed; liefdevolle berichten afwisselen met afzeikappjes. ‘Kom met mij de zeven zeeëen bevaren” gevolgd door ‘Ik voel nog steeds de blaren op mijn tong. Eerst reageert ze nog, daarna niet meer; ze heeft me denk ik door. Ik laat het er maar bij, dit heeft ook geen zin. Gelukkig krijgt ze pech met de bus en na wat berichten en een telefoontje blijkt ze te zitten in Noord- Vlaanderen. Lawaai in zijn een en twee en durft alleen in zijn drie en vier te rijden. Ik dirigeer haar naar een garage in Tilburg. De derde week staat de bus bij Eric Reparaats. Het blijken de motorsteunen te zijn; volledig afgescheurd. Nu wist ik dat er eentje defect was, maar ik dacht dat het nog wel lang mee kon. Rijstijl zal zeker van invloed zijn geweest. Ook bleek door de kanteling de uitlaat gescheurd te zijn. Eric repareert alles voor een redelijke prijs.
Omdat ik Christa niet niet meer vertrouw, stel ik voor om voor de laatste twee weken die ze met Lieke gepland had, haar weg te brengen naar de garage. Eigenlijk wilde ik meteen de bus en de Suzuki afpakken, maar ik gunde Lieke wel een vakantie met de J7. Ze twijfelt, maar uiteindelijk gaat ze akkoord met dat ik ze weg breng naar Goirle. Een trein- en busrit met de karrenvracht aan bagage die ze steevast meeneemt is ook geen optie voor iemand die nooit energie heeft. De twee weken met Lieke lijken niet gelogen. Lieke is overduidelijk geïnstrueerd niet met mij te praten en oortjes in te houden. Lieke leek ook niets te weten van het plan om met haar moeder nog rond te trekken met de bus, waarschijnlijk omdat Christa al had ingecalculeerd dat ik de bus zou innemen. Christa zit op de achterbank van de Suzuki met de doorgeladen bazooka in de aanslag. Aan de bus is niks gedaan behalve schoongemaakt blijkt bij aankomst, en das achteraf maar goed ook. Hobbyistende kneuzen uit Den Bosch die onder auspiciën van Christa mijn bus gaan zitten verkloten, moet er achteraf niet aan denken. Ik betaal Eric voor de reparatie en bedank m voor de snelle hulp. Tijdens de ingelaste lunch, die natuurlijk door mij betaald moet worden want madame heeft daar geen geld voor over, gaan Lieke haar oortjes uit. Christa is overduidelijk not amused nu Lieke alles kan horen. Ik pareer een opmerking over de Pride boottocht die op dat moment plaatsvindt in de Prinsengracht met dat zij ook wel een bootje kan vullen met haar ‘seksuele voorkeuren’. Deze opmerking valt zichtbaar verkeerd, Lieke begrijpt t niet, maar de bazooka staat doorgeladen en recht op mijn voorhoofd gericht. Even het fatsoen hebben om excuses te maken voor de Usual Suspects acteerprestatie, het dagenlang niks laten horen, het wegbrengen naar Goirle, dit bazooka-ritje of zelfs de broodjes, het kan er allemaal niet van af. Wederom vraag ik haar om foto’s te sturen en af en toe een berichtje, tegen beter weten in. Ik maak op de valreep nog een foto van de twee dames in de J7, met de handen voor de gezichten want stel je voor dat… en ik rij weg. Ik haak af; ze zoekt het maar uit. Ik ben sowieso gezegend met dit afscheid; Iwan en Cos, die waren pas echt de klos (bis).

Op de terugweg overweeg ik de Suzuki al vast te koop te zetten. Ben zo klaar met haar. Ik doe het maar niet, want ik heb er weinig aan te verdienen en wil eigenlijk de J7 eerst terug. Belangrijker dan die 1350 euro die ik nog van haar krijg; die harken we later wel binnen en als dat niet lukt; soms kost een afscheid geld.


Tafel
Helaas wederom geen leuke berichtjes of foto’s. Alleen een paar overduidelijk mislukte exemplaren als dooddoener en een anoniem stukje Cadzand- strand als middelvinger. Na twee weken komt de bus terug; op zijn Christa’s dus twee dagen te laat, met een kapotte buitenspiegel, wederom de uitlaat gescheurd en een sacherijnige kop zonder excuses of vriendelijkheid. Ik moet de bus bij haar ophalen, want voor terugbrengen is ze zoals altijd te moe. Ook de bazooka is in ons gesprek in de tuin, zelfs met Lieke erbij, weer structureel aanwezig. Het is dezelfde blik waarmee Cos vijf jaar terug wekelijks werd ontvangen op het parkeerterrein van de camping. Haar huis is een grote teringzooi. Ik neem me voor om de vriendschap hierbij op te doeken, iets wat zij klaarblijkelijk al gedaan heeft. “Ik wil dat je een besluit neemt over de Suzuki” vraag ik. “Hij moet van mijn naam af en ik wil de kosten ervoor terug, voordat ik weer afreis naar Italië”. Ze zegt snel een besluit te nemen. Ik verlaat de tuin voor de laatste keer en probeer alles via de app met haar af te handelen. Dezelfde dag appt ze me dat ik haar voor het blok zet, niet naar haar luister en dat ik m maar moet verkopen. ‘Maak m maar schoon en zuig m uit’ retourneer ik haar. Dat schiet wederom in het verkeerde keelgat en ik wordt geblokkeerd. Definitief. Twee weken en twee briefjes in haar brievenbus later fiets ik langs en bel aan; “Hoe staat het er voor? Ik wil de Suzuki 17 september terug voor de apk en daarna de verkoop”. Ze is niet geheel onvriendelijk, hoogstwaarschijnlijk omdat Lieke naast haar staat. Aangezien ik die zaterdag een pizzadagje in Zunderdorp organiseer, nodig ik ze uit als laatste mogelijkheid om nog “on speaking terms” te komen. Heb haar het hele jaar niet voor dit soort evenementen uitgenodigd en we kennen allemaal het verhaal van Doornroosje. Haar hoofd spreekt boekdelen, maar met Lieke naast haar schiet ze het niet meteen af. Ze komt die pizza-zaterdag niet langs, maar op maandag komt ze, ongelofelijk maar waar, de Suzuki langsbrengen in Zunderdorp, gewassen en uitgezogen. Ze neemt een loodzware De Waard tent mee die ze nog had staan in de Kurier 2 bus, ik breng haar weg. Ze zeikt nog wat na over de dingen die ik recent allemaal verkeerd zou hebben gedaan. Enige zelfreflectie is haar vreemd. Ik hoor het aan en zeg maar niets. Ze mag na dat gezeik zelf nu die kuttent van haar uit de auto tillen met dat kleine lichaampje waar het buikje bengelt wat ze zes jaar ervoor er zorgvuldig had afgelijnd. Ik pak de overvolle haringzak uit de auto en overweeg om hem ter plekke op het asfalt te legen. Ik doe het niet, maar heb achteraf spijt. Stap in de Suzuki en rij weg.

Haar laatste twee opmerkingen van onze terugrit blijven hangen; ‘je kwam in mijn woonkamer met je modderpoten en brak een tafel’. Typisch.. Wat zou ze er mee bedoelen? Ze heeft dezelfde woorden twee jaar eerder ook gebruikt, staat me bij, in een vergelijkbare context. Een dag later viel het kwartje; het is een metafoor en ze heeft gelijk. Ik kwam in haar leven, maakte er een zootje en brak iets dierbaars. Gelijk de andere mannen in haar leven. Vandaar de straf die we verdienen. De diepe wrok tegen mensen die haar opgeven, vooral degene die dichtbij komen. Het is even puzzelen als ze een tijdje uit je leven is geweest en zich als een Paard van Troje er weer in wurmt, je achterlatend met een puist negatieve emotie maar wel een prachtige metafoor als deze.

2021………