Playback 2020

Commando
Het wordt langzaam weer voorjaar. Ieder jaar heb ik een klein momentje dat als de zon goed schijnt en de temperatuur stijgt, ik even motor wil rijden. Niet vastgesjord in een pak met integraal, nee, in je onderbroek en twee laarzen of zo. Al is het maar 100 meter. Het jaar ervoor was ik via Bram in contact gekomen met Huib. Hij had een Norton Commando bij Richard staan en wilde voor een goed bod er wel vanaf. Ik heb jaren op een Yamaha SR500 gereden en later kort op een Guzzi V7, maar een Commando leek me een ideale combinatie. Niet zo log als de Guzzi, niet te fragiel als de SR. Mooie klassieke motor. In het voorjaar een proefrit gemaakt, in mei definitief gekocht. Het lijkt een symbool van de vrijheid te worden. Niks ten nadele van de brede collectie auto’s, de Commando komt op het juiste moment en weerspiegelt als geen ander het vrijheidsgevoel. Dit voorjaar zie ik in de liefde een debacle naderen en dan is een flink stuk staal met snelheid in de wielen een aangenaam redmiddel. Wel eerst wat sleutelen aan het kreng, want het blijft een Engelse motorfiets. Oude bandjes, defecte snelheidsmeterkabel, elektrische malheur. Voor ik er aan ga beginnen eerst Marijke en de meiden achterop. Christa is te druk/ gestrest/overspannen zoals zo vaak..


Feest
Halverwege maart geeft June in het Mannenparadijs een soort voorjaarsfeestje met oude vriendinnen van het Hyperion en zelfs de Theo Thijssenschool. Zaterdagavond met overnachting. Rutte geeft de vrijdag ervoor de televisietoespraak waarin aangegeven wordt dat vanaf dat weekend Nederland deels op slot gaat. Het feestje is net op het nippertje, dat wil zeggen, het virus wordt op die zaterdag breeduit verspreid onder de feestvierders. De zondag erop ben ik aan de beurt, want op het feestje zelf bleef ik uit de buurt. Dinsdag wordt ik ook ziek. Vrijdagavond heb ik de piek te pakken, daarna het herstel. Twee weken later loop ik met Paul mijn eerste rondje, ook al is het stil in het Westerpark. De ademhaling, altijd mijn zwakste plek geweest, is dramatisch, de rondetijden slecht. Duurde uiteindelijk een jaar voor mijn ademhaling weer in orde was. Leuk zo’n coronafeestje.


407D
Het aanslingeren van Christa met een leuk busjesproject is aardig mislukt. Ze praat leuk mee, beetje naar de mond, maar eigenlijk heeft ze goed laten zien tot weinig in staat te zijn. Misschien leg ik de lat ook te hoog. In haar woning pakt ze nog wel het een en ander op, zoals een nieuw verfje of een behangetje, maar als het om wat arbeidsintensievere zaken gaat, wordt het helemaal niks. Toch wil ze graag naar haar zoon in Italië met een bus. Ik heb nog wel wat staan, maar als camper of reisbus zijn ze weinig geschikt. De o319 is net verkocht, de T1 in mijn ogen ongeschikt. Ik stel voor op zoek te gaan naar een andere bus en stuur haar een reeks advertenties door van marktplaats. Na een paar maanden turven en afschieten, komt het voorjaar in zicht. Covid heeft de eerste maanden de agenda bepaald, er is weinig reuring op de bussenmarkt vooralsnog. Ze geeft de voorkeur aan een 4×4. Die zijn overwegend duur en lastig te vinden. Er staat toevallig niet te ver weg een Renault Goelette 4×4 te koop bij een handelaar in Noord-Holland. Ik heb ze altijd wel grappig gevonden, maar zag haar er niet mee naar Italië rijden. Ze schiet m eerst af maar na een week wil ze toch gaan kijken. Het leekt me ook leuk om in zo’n ding eens rond te rijden en aangezien er een proefrit mee kon worden gemaakt, togen we richting De Weere. De proefrit was eigenlijk best wel oké, Chris reed ook een stuk. Zij gaat dan vanzelfsprekend even bij de boer over de akker heen om de 4×4 te testen. Ze rijdt terug en vindt het eigenlijk toch niks.
De volgende week rij ik met Bram in de buurt van een ook op marktplaats te koop staande 407. Ik vindt het lelijke lawaaierige hokken, zeker de diesels, dus mijn advies is niet erg positief. Christa is eerst terughoudend, maar als Lucas zijn fiat geeft, is het pleit beslecht en ga ik met haar nogmaals richting Ede. Ze maakt een kleine proefrit en koopt de bus. Haar zoon had aangegeven deze wel te zien zitten. De bus was gebruikt als festivalbus, maar de eigenaar was niet meer voornemens m als zodanig te gebruiken. Covid en een vaste vriendin gaf de doorslag voor de verkoop. De APK was bijna verlopen, maar de rit naar Amsterdam kon nog net.
Er zat een hoop werk aan de bus. Technisch wel oké, veel werk aan het plaatwerk rondom en het interieur moest ook gefatsoeneerd worden. Rondom de voorruit zat veel roest, de zijkanten hebben gaten ter hoogte van de vloer en zoals meestal zit er veel te veel elektra in deze rijdende container. Het was de bedoeling dat zowel Christa als ik er aan gaan werken, bij mij op het terrein. Mocht Piet gaat zitten zeiken, dan zien we dan wel hoe we dat op gaan lossen. Ik begin na ze meivakantie voortvarend aan de zijkanten. Er lag nog een oude stapel zincor stroken, een restpartij overgebleven uit de partij van Klaas uit Luinjebert, die mooi past qua breedte en symmetrisch geperforeerd is voor proplassen. In een week of twee ziet het er weer patent uit.


Waterloo
Christa is echter weinig te bekennen. Ze komt af en toe langs, is weinig positief over de vorderingen en lijkt vooral gedoe te hebben. Als ze komt, zit Marijke er veelal ook. Marijke lijkt zich voorgenomen te hebben zich militanter naar Christa op te stellen. Ze is sneller geïrriteerd en is er ook genoeg aanleiding voor. Haar bus wordt min of meer door mij opgeknapt en mevrouw is vooral bezig met bijzaken. Marijke komt nu zeer vaak en toont haar ongenoegen. Ik geef haar geen ongelijk, maar heb haar ook niet nodig om dit te zien. Het er rond etenstijd steeds op aan te laten komen om mee te mogen eten blijkt wel grootste irritatiebron te zijn. Waar de dames vooral met zichzelf bezig zijn en steeds meer boosheid en irritaties uitstralen, zie ik langzaam een Waterloo naderen. Het spel is veranderd in een toneelstuk vol met negatieve emoties. Langzaam ben ik een figurant geworden. De dames zijn alleen met elkaar en zichzelf bezig; ik verstop me in het Mercedesproject wat niet de mijne is. Het dringt langzaam tot me door dat dit niet zo langer kan. Er wordt door hun om de hete brei heengelopen en ze zijn vergeten dat dit plekje mijn biotoop is en niet de hunne. Beide dames moeten een tijdje uit mijn vizier, want ik trek het niet meer zo. Terwijl ik verder werk in juni aan het interieur en de apk regel, bedenk ik een plan. Het verkopen van halve waarheden moet over zijn; de dames krijgen de waarheid te horen en waar het schip strandt zien we dan wel weer. Het gaat om twee zaken; het moment en welke waarheid. Het moment lijkt wat mij betreft zo spoedig mogelijk te worden. De waarheid is de echte en enige waarheid, niet weer een halve waar je later op terug moet komen. Toch is er een probleem. Christa hoef ik niks uit te leggen, want die weet alles al. Marijke zal waarschijnlijk ontploffen. Als ik van beide af wil, ook al is het voor een paar weken of maanden, dan is dat wel zo eerlijk naar beide toe en heb ik de ultieme rust te pakken. So far so good. Alleen zal Christa ook van mij afstand moeten nemen. Dat gebeurt automatisch als ze de reis naar haar zoon oppakt, eind juni. Ik heb ook al genoeg keren laten blijken klaar te zijn met dit traject, waarbij ik het werk doe en Chris hoofdzakelijk saboteert met slechte humeuren en belachelijke opdrachtjes.
Toch is het lastig. Je weet dat je Marijke na al die jaren moet teleurstellen met slecht nieuws, je weet ook dat Christa op moet sodemieteren, in ieder geval meer afstand dan onder mijn huid, maar het zijn stappen die nou eenmaal moeten worden gezet. Het spel iheeft een ‘time out’ nodig en ik moet even mezelf redden. Mij lijkt het het handigst eerst Christa met haar bus uit te zwaaien met de middelvinger naar haar zoon, waar ze geheid de hele vakantie ruzie mee zal hebben, en daarna Marijke in te lichten. Na de vakantie, ergens in augustus de scherven opvegen en kijken wat het leven dan nog te bieden heeft.
Eind juni is derhalve het moment, maar na mate het nadert, krijgt Christa steeds meer gedoe met Lucas. Ze zou om haar afspraak met hem te halen op vrijdag moeten vertrekken en er in een dag of vier naartoe moeten rijden. Hij heeft aangegeven de opvolgende week met vrienden op een strand te willen liggen zonder zijn moeder. Deze vorm van chantage wordt niet gepikt door Chris en ze wordt steeds onhandelbaarder. Het vertrek van vrijdag wordt uitgesteld, ze trekt het niet, zegt ze. Zaterdag wordt ook niks, is zie haar zelfs niet langskomen. Zaterdagavond komt Marijke langs met Lou. We eten samen. Zondag begint rustig, maar rond een uur of tien appt Christa dat ze rond een uur of twaalf deze kant op wil komen. Dat wordt meestal een of twee uur, haar kennende, dus er is nog ruim tijd. Marijke voelt dat Christa zich weer heeft aangediend. Haar humeur slaat om en ze stelt me een directe vraag. “Ze komt zeker weer, ik zie het aan je!”. Had ze goed gezien. Ze vraagt door en voordat ik het weet vertel ik dat ik al een jaar of twee wat met haar heb. “Ook seks?” Haar stem wordt nog luider dan is altijd al is. De juffenstem. “Ja, beantwoord ik”. Ze ontploft en gaat zeker een half uur te keer, zowel in het houten huis als buiten. Ze geeft een paar keer een schop tegen de Mercedes en na een tijdje lijkt ze te bedaren. Lou weet niet precies wat haar overkomt. Voor mij klinkt het vooral als een opluchting; een verlossing waarbij ik vanaf nu met een schone lei verder kan. Ze loopt een paar keer nog woest naar haar fiets heen en weer om wat kleding te pakken en lijkt snel weg te zijn. Lou was van plan nog wat langer te blijven, maar lijkt nu ook met haar mee te gaan. Uit het niets, voor haar doen ook veel te vroeg, komt Christa met Lieke aangefietst. Altijd veel te laat, nu zelfs te vroeg. Waar Marijke even haar rust leek te hebben hervonden, ontploft ze weer en gaat uitgebreid te keer tegen Christa. Ook Lieke wordt verbaal toegelicht over de escapades van haar moeder. De decibellen galmen zelfs over het naastgelegen voetbalveld. Christa reageert niet en laat de scheldkannonade over zich heen komen. Waar Marijke nog even de intentie had snel naar huis te gaan, recht ze nu haar rug en weigert te gaan voordat Christa weer opgehoepeld is. Dit status quo houdt nog zo’n twee uur stand. Uiteindelijk vertrekt ze toch met Lou. Christa blijft, komt de rest van de dag het houten huis niet meer binnen en ik krijg alleen van haar de opmerking dat ze het vervelend vindt voor Marijke en ook dat ik beter niks had kunnen zeggen. Een dag later stuurt ze Marijke een berichtje dat we nooit seks hebben gehad, alleen gezoend; dat heeft ze ook aan Lieke verteld. Geen idee waar dat voor nodig was, behalve dat in haar wereld waarheden verschillende versies kennen.
De volgende dag komt ze weer met Lieke. Er lijkt niks verandert, behalve dat ze nog overspannender lijkt dan ze al was. De explosie van gisteren heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat ze nog meer de controle over zaken kwijt is geraakt. Het traject met zoonlief lijkt te stranden, haar positie in het mannenparadijs ondermijnd, haar oudste kat, Toby gaat slecht en Lieke lijkt zich nog meer te verstoppen voor dr moeder en haar waarheden. Ik geef aan dat wat mij betreft de bus klaar is voor vertrek, maar ze blijft hameren op kleine details die in haar ogen niet af zijn, het niet alles ingepakt hebben en haar obstinate zoon. Marijke is gelukkig uit het zicht; die zou waarschijnlijk een doorgeladen volautomatisch wapen van de munitie hebben verlost en ook ik begin interesse te krijgen om zo’n stukje subtiel gereedschap aan te schaffen. Drie dagen later zijn nog niet weg, haar dochter structureel verstopt, kopschuw als een doodgeknuppeld zeehondje en ik moedeloos. Ik maak in het houten huisje tegen Christa en ver van Lieke een opmerking over de houding van Lieke. “ Zie je niet dat ze bang voor je is?” Lieke heeft geen idee meer welke kant het op gaat en ik heb het met haar te doen. Christa ontploft. Het aanspreken in deze fase op haar moederschap is de vonk in het kruidvat. Voor het eerst krijg ik te maken met een fysieke aanval. Ze probeert me meerdere malen te slaan en duwt me op de bank. Ik probeer haar armen te blokkeren, maar dat blijkt lastiger dan het lijkt, zo van onder af. Ik sta weer op van de bank en weet haar na enige tijd klem te zetten, moegestreden dat ze is. Haar boosheid gaf haar veel kracht, maar conditie heeft ze niet. Lieke staat uit de verte, op ruime afstand van het huisje te kijken. Na een kwartier lijkt ze gekalmeerd, stapt met haar dochter op de fiets en is weg. De volgende dag komt ze weer wat later, waardoor een vertrek nauwelijks haalbaar lijkt. Hoe kom ik van haar af? Piet begint zich er ook uitgebreid mee te bemoeien en roept op veilige afstand; “Als die klotebus morgen niet weg is, sleep ik m in de sloot”. Christa kijkt naar hem, nauwelijks onder de indruk en stapt het huisje in. Ik neem een besluit. Morgen breng ik haar weg, wat er ook gebeurd. Als ze die avond vertrekt, licht ik haar in van mijn besluit. Ze kijkt me aan zoals ze de dag ervoor naar Piet keek. Ik weet genoeg. Donderdag komt ze extra laat; om een uur of half drie met de laatste koffer en Toby in een mand, dat gelukkig wel. Het duurt een uurtje of twee, voordat we gaan rijden. Voor de avond zijn we onderweg.


Toby
Na ruim een uur in de 407 zitten we in de buurt van Den Bosch. We moeten eraf want we moeten nog langs opa. De vader van Cos had aangegeven thuis te zijn, zegt Chris, en wilde graag nog even afscheid nemen. Ze belt hem op als we vlak voor de afslag naar Tiel staan. Hij neemt niet op en er ontstaat een raar status quo. Verder rijden zijn richting op zou kunnen, maar er is een grote kans op een dichte deur. Ze blijft bellen en wordt steeds bozer. Ik wacht geduldig, hou me afzijdig, maar mijn houding kan niet voorkomen dat ik de volle laag krijg. “Lieke moet opa even gedag zeggen!” Ik begin maar niet over hoe het ook alweer zat met het straatverbod dat ze had gekregen in Tiel. We wachten uiteindelijk ruim een half uur, drie kernbommetjes verder rij ik de A2 weer op richting het zuiden.
Vlak eronder gingen we van de snelweg af om binnendoor, via kleinere wegen zowel wat te eten als een overnachting te vinden. Wild kamperen zag ze niet zitten. Na een half uur binnendoor blijken de restaurants toch dun bezaaid te zijn. Uiteindelijk vinden we in een bos een restaurant van het tweede garnituur, mooi gelegen, maar niet top. De prijzen zijn redelijk. Er zit een vakantiepark vlakbij, waarschijnlijk van dezelfde eigenaar, dus meer valt er niet te verwachten. De bus moet hermetisch op slot; Toby blijft achter. Alle sloten worden drie keer gecontroleerd. Christa is overduidelijk nog aan het nastuiteren, ook al is de ‘vakantie’ begonnen. Binnen zit het vol met bejaarden en vakantiegangers, zittend aan lange tafels. Buiten zitten is daarom de enige serieuze optie. De temperatuur is oké, het is nog ruim licht. We eten een uurtje en vertrekken tegen schemer. Na een half uurtje rijden zijn we nog niets tegengekomen dus bellen we naar de dichtstbijzijnde camping, nu het al weer bijna donker is. De camping is snel gevonden. Het duurt even voor de beheerder bij zijn receptiebalie is aangekomen, want eigenlijk zijn ze al dicht. De man van in de zestig kijkt afkeurend naar de 407. Je zie m denken; als ik dit had geweten.. We moeten van te voren afrekenen en voor tien uur vertrokken zijn de volgende ochtend. Je merkt dat dit regime beïnvloed is door de leeftijd van de bus. Hij wijst hoe we moeten rijden en dat we op moeten letten bij de dakoverstekken achter de receptie. Meelopen deed hij niet. We rijden voorzichtig naar achteren en inderdaad, de dakoverstekken zijn tricky. Vier bochten verder en we rijden een open veld op, zo groot als een voetbalveld. Het is weliswaar donker, maar rondom staan als langs een liniaal zo’n dertig caravans en een paar campers. Recent spul, spierwit. De meeste donker, in slechts een paar brandt licht. Aan de rechterkant is nog iets plek en we zetten daar de bus neer.
Twee hangmatten neemt ze mee. Ik heb vlak voor het vertrek vier trekogen in de bus gemaakt, zodat ze opgehangen kunnen worden. Hier zullen we het mee moeten doen. Lieke ligt onder ons op een matrasje met dekens en dekbed. Ik heb in al die jaren slechts een keer geslapen in een hangmat. Dat was tijdens een hockeytoernooi in Brabant. Het slapen ging nauwelijks en ook deze keer was het een ramp. Iedere keer als ik me om wilde draaien was ik klaar wakker, al was het maar door de wetenschap dat als mijn hangmat het zou begeven ik een 11 jarig meisje zou pletten. Als ik in totaal twee uur geslapen heb, is t veel. De volgende ochtend zitten we buiten de camper te ontbijten. Het was voor ons vroeg, maar van een aantal caravans op het kortgemaaide grasveld waren de gebruikers ook wakker. Ik denk dat er rond een uur of tien circa 6 caravans een stoel voor de tent hadden staan met in ieder een vrouw op leeftijd die allemaal iets aan het lezen waren. Even dacht ik figurant te zijn in een film van Jaques Tati; de absurdistische Franse cineast die het dagelijkse Franse leven een eigen gezicht gaf. Ik heb vele campings bezocht door de jaren heen, maar dit was uitzonderlijk. De dames keurden ons geen blik waardig. Het avontuur met Christa, zeker de laatste week, paste er op een of andere manier als een puzzelstuk in. Het ontbijt bestond uit oude toastjes; ik had niks bij me, geen schone kleren of handdoek, Christa oude toastjes voor je weet maar nooit. Je zou denken dat ze zich aardig op haar gemak voelde tussen deze bejaarde kruidenvrouwtjes, maar ook zij kreeg erge jeuk en voor elven waren we weer op weg.
Toby heeft het steeds moeilijker. Hij komt zijn mandje niet meer uit en miauwt ijselijk. Je voelt dat het ieder moment gedaan kan zijn. Ondertussen hebben we bij Eindhoven de snelweg weer gevonden. Van het rafelrandjespad weer de A2 op. Na een uur rijden stoppen we bij een tankstation. Broodjes, tanken en de rest van de route bekijken. Servetjes mee, want Toby druppelt door en de papieren zakdoekjes zijn aardig opgeraakt. Het schiet niet op met zo’n bus en Christa is ook snel afgeleid. Bijzaken krijgen snel de hoofdrol dus voor je het weet sta je weer ergens stil. Een kwartier na het vertrek vanaf het tankstation strekt Toby zich voor de laatste keer. Ik zit achter het stuur, Toby bij Chris op schoot en na zijn stuip loopt hij leeg. De servetjes van het tankstation komen net te laat; de blauwe spijkerbroek is nat. Chris blijft voor haar doen vrij rustig. Ze wil van de snelweg af een laatste plek zoeken voor Toby. Bij Elsloo gaan we eraf en stoppen in een klein restaurantje. Het meisje dat ons helpt dirigeert ons naar de binnenplaats, waar we een broodje eten. Bij het afrekenen vraag ik haar of we een schep mogen lenen. Ze schrikt, dus ik leg haar uit dat we een dode kat in de auto hebben en die begraven moet worden. Ze kan ons, ook na haar baas te hebben gebeld, niet helpen. We stappen in en rijden verder naar het zuiden. Tati is niet dood, want we rijden het dorpje Catsop in en begraven daar, niet ver van de spoorlijn Eindhoven- Maastricht de inmiddels verstijfde Toby. Een oude plank was voldoende. Door een bos loopt een stroom. Er zijn nauwelijks mensen, behalve een vrouw die de hond uitlaat met een mondkapje op. Ik graaf op Liekes aanwijzing een diep gat naast een boom. Het geïmproviseerde ritueel van Lieke en Christa aandoenlijk. Ik heb weinig met katten, maar Toby was een onderdeel geworden van de herinneringen aan onze erotische escapades en derhalve verbonden met de romance.
Het was ondertussen laat in de middag en we reden binnendoor naar Maastricht. De begrafenis was indrukwekkend en Lieke huilt een beetje na. Chris zei niks meer. Ik ben niet snel emotioneel, maar ben blij dat ik dit heb mee mogen maken. Het is een soort afsluiting; allerlei emoties in een ook voor mij zeer emotionele periode. Ik heb me voorgenomen tot de grens bij ze te blijven en de trein daarvandaan weer terug te nemen. Christa wist dat en gaf aan dat Lieke ook graag alleen met haar moeder verder wilde. Toch was het zwaar, zo na het overlijden van Toby. Het lijkt zo te moeten zijn; een soort drietraps afscheid van de kat, de bus en de romance. Hierna zal het altijd anders zijn. Ik stap uit bij het station, ze is emotioneel maar zegt niet wat ze wil. Ik weet het ook niet meer, kus haar en zwaai naar Lieke, draai me om en loop naar het station. Een onvermijdelijke maar pijnlijke terugreis.


Vakantie
De terugkomst is een soort cultuurshock; beide dames zijn uit het vizier, de schuur is nog een puinhoop, op het buitenterrein liggen nog de restanten, het oude camper-interieur van de 407 is nog weinig subtiel onder het afdak geschoven, naast de restanten van Christa’s mislukte kastproject van het jaar ervoor. Een dagje bijkomen en het opruimen begint. De Commando wordt ondertussen opgepoetst en in orde gemaakt voor wat kleine ritjes met de dochters. Ik krijg het vakantiegevoel zonder weg te gaan. Het enige wat nog voor belemmeringen zorgt is de nasleep van de coronabesmetting uit maart. Een heerlijke periode om rustig neer te dalen. Marijke belt me en vraagt me om mijn ouders te bellen en de ‘scheiding’ hun mede te delen. Ze wil graag haar verhaal kwijt denk ik, maar aangezien het mijn ouders zijn, moet ik ze het slechte nieuws brengen. Dezelfde avond bel ik mijn moeder. Zij gelooft me eerst niet, zeker een geintje, maar daarna schrikt ze nogal. “Wat ben je toch een kluns’ is haar directe antwoord, gevolgd door: ”En nu?”. Ik zeg dat ik het op zijn beloop laat. Ze gaat er verder niet op in en vertelt het meteen mijn vader. Dezelfde avond wordt ik geappt door mijn zus:’ wat ben je toch een lul’, gevolgd door iets met ‘vrouwenhater’. Rachel is inderdaad nooit een groot fan van me geweest. Toen we jong waren, kinderen, zaten we elkaar vaak in de haren. Mijn gedrag kan als ronduit pesterig worden omschreven, haar gedrag was ontplofferig. Balans dus. Nog immer zijn de loopgraven niet geheel verwijderd, dus we houden gepaste afstand. An sich wel grappig dat ze zelden wat van zich laat horen, maar nu even toch haar mening moet ventileren. Familiaire betrokkenheid. In de weken erna kabbelt het nieuws door tot de meeste familie, vrienden en bekenden. Opvallend weinig afkeur, zelfs mijn ouders zijn er snel uit dat het zo heeft moeten zijn. Marijke houdt haar vriendenkring angstvallig bij me weg, wat ik helemaal niet erg vind. Ook op de opvolgende verjaardagen ben ik niet welkom, behalve die van de kinderen. Ook dat bevalt me uitstekend. Ik begin me wel te realiseren dat het vrouwloze leven vorm begint te krijgen. Er zal een plan of een traject moeten worden bedacht.


In augustus is de stof aardig opgetrokken. Christa is terug met haar bus. Lucas heeft ze nooit gehaald. Ergens in Zwitserland rondgetrokken, probleempje met een wiellager gehad, maar verder goed gelukt. Ze houdt afstand. Ik ook. De verliefdheden zijn over en ook al vinden we elkaar nog steeds leuk, de laatste maanden hebben er, bij mij althans, hard ingehakt. Het was sowieso veelal eenrichtingverkeer met op het laatst erg veel negatieve energie en je vraagt je af of madame ooit wel eens meer in een relatie heeft geïnvesteerd dan verliefd kijken en haar lichaam in de etalage flikkeren. De bus laat ze bij haar huis staan, iets wat na een paar weken wel wat gedoe met de buren oplevert. In september vat ze het plan op om met de bus naar Ierland te gaan, naar een oom, de broer van haar vader. Ze wil met Lieke in de herfstvakantie die kant op. De coronabesmettingen lopen weer aardig op, maar ze laat zich niet van de wijs brengen en gaat door met de voorbereidingen. Ze is sowieso wel klaar met corona, dr ex, de school van Lieke en met de overheid, want Cos bleek Jeugdzorg ingeschakeld te hebben, dus ze gaat en gaat de boel in lockdown, dan pech gehad. Ik mag dat wel, zo’n lekkere middelvinger naar het systeem en geef Symcha die dagen eten en een schone bak. Je moet wat over hebben voor een poesje. Er zou iemand in haar huis gaan en deze taak vervullen, maar die liet het al snel afweten. Ze vertrekt medio oktober, naar de pont in Hoek bij Holland en via Engeland en weer een pont zit ze in Ierland. Met verrassend weinig rijkilometers, ca 500, zit ze naast haar oom. Wat te verwachten viel, gebeurt ook; Ierland gaat in lockdown en niet lang erna, Nederland ook. Uiteindelijk zit ze daar ruim drie weken en de vierde week keert ze terug. De 407 gaat bij Maarten en Linda in stalling, omdat de buren blijven zeiken over het ding. De Mercedes heeft toch niet gebracht wat Christa wilde. Niks lijkt te voldoen, zeker niet een te hoge bus die veel lawaai maakt. Ze wil er vanaf en ik krijg de opdracht m te verkopen aangezien ze nog altijd niks echt kan. Omdat ik eind november richting Italië wil, wordt het een haastverkoop op een onhandig tijdstip. De verkoop lukt niet, stal de bus bij Maarten en Linda in Broek op de parking en ik trap de Setra aan.

Kwadraat
Wat in het begin van 2018 een ingewikkelde maar haalbare opgave leek, blijkt ruim twee jaar later aardig te zijn mislukt. Christa, die veelal vanuit de emotie opereert, is niet in staat om anders te opereren dan ze gewend is. Iedere keer zich in de armen van een nieuwe liefde storten, de boel van binnenuit slopen met haar gestuiter en op zoek naar het volgende slachtoffer. Haar moeder noemde haar als puber een sloerie. Waarschijnlijk was de waarheid tegen haar moeder zeggen niet gewenst, evenals liegen, waardoor niets zeggen en selectief met de waarheid omgaan haar basis werd. Bang zijn om gek gevonden te worden, dus vanaf het begin een mist om haar heen leggen en potentiële vrienden of de nieuwe partner met halve waarheden opschepen. Als die er achter komen dat er wel wat hiaten in het verhaal zitten, gaat ze stampij maken of de vent definitief deleten. Niet slim genoeg om haar leven een wending te geven die haar positie echt verbeterd. Ze leert niet van haar fouten. Twee keer een serieuze partner met een kind opzadelen waarna de problematiek alleen maar erger wordt, los van het moederschap wat de zaak nog meer compliceert. Iedere keer vol in de liefde duiken als een junkie een shot pakt in de wetenschap dat het steeds sneller uitgewerkt is.


Toch heeft ze wel mijn hart gestolen. Ze is een vrouw in het kwadraat met al haar goede en slechte eigenschappen. Sommige mensen zijn nou eenmaal anders. Als je gek bent, zou je dat eerst zelf moeten accepteren en daar trots op moeten zijn. De mensen om je heen moeten dat weten, kunnen dan zelf hun plan kiezen en komen later niet voor verrassingen te staan. Ieder heeft zijn kwaliteiten en de dorpsgek ook. Voorbeelden van bekende dorpsgekken: Herman Brood, Jan Wolkers, Wally Tax, Georgina Verbaan en nog velen. Veel leuker dan de gemiddelde Nederlander. Haar eerste stap zou volgens mij economische onafhankelijkheid moeten zijn, daarna kan ze kiezen haar emoties in een hokje te stoppen en de sleutel weg te gooien of juist voor haar emoties op te komen en daar open met haar omgeving over te communiceren. De laatste zou ik het leukst vinden, maar is ook het lastigst. Nu ja, al met al denk ik niet dat ze het ooit zal oppakken en zal ze blijven struikelen tot in haar urn…


Florence
In het voorjaar zou June een Italiaans cursus doen, intern, in Florence. Door Corona uitgesteld tot het najaar, maar na enkele weken werd t toch steeds lastiger om het corona-monster te ontwijken. Ik rij in november langs, terwijl diezelfde week de cursus halverwege min of meer gecanceld wordt. Ze stapt bij me in en we rijden samen door naar het zuiden. Het wordt een mooie rit met veel rust en bijzondere overnachtingen. De eerste overnachting is bij een wijnchateau in Toscane, de tweede bovenop Tivoli, waar het normaal stervensdruk is, maar waar we nu met een ander verdwaald camperbusje bovenop deze roemruchte afwerkplek staan met het geweldige uitzicht over Rome. De laatste dag eindigen we in Laurino, vlak voor schemer, zodat we nog net het huisje kunnen bekijken. De volgende dag moet June weer terug om haar spullen te pakken en het vliegtuig niet te missen. Helaas, een extra dagje was best leuk geweest. Ik breng haar weg naar de trein, maar bij terugkomst in Laurino wordt ik opgewacht door de Carabinieri. Een uur uitgebreid heen en weren en ik mag weer vertrekken richting het noorden, want Laurino is Coronavrij en dat willen ze graag zo houden. Na ja, ik had graag nog een paar weken willen blijven, maar het heeft niet zo mogen zijn. Begin november zit ik weer in Zunderdorp.


Meesterzet
Haar opgerekte herfstvakantie leidde niet tot rust bij haar. Jeugdzorg heeft het dossier fanatiek ter hand genomen, gebruikt die vakantie als wapen en bij Christa valt het kwartje dat ze er een geduchte vijand bij heeft. Cos heeft een jaar ervoor een dame ontmoet en daar een relatie mee opgebouwd. So far so good, maar deze dame heeft in de jeugdzorg gewerkt en weet de weggetjes. Door de afwezigheid van Lieke op school wordt langzaam de druk opgevoerd. Christa merkt dat ze de grip aan het verliezen is en onze gesprekken gaan steeds vaker over ‘het takkenwijf dit..’ en ‘die heks die..’ waarmee ze de dames van Jeugdzorg beschrijft. Van seks komt weinig meer terecht. Lieke krijgt alle aandacht en das prima. Christa vraagt of ik een goede advocaat weet. Eigenlijk niet. Dit zijn niet mijn soort trajecten. Cos heeft een meesterzet gedaan. Zijn nieuwe vrouw blijkt ook nog zwanger te zijn van m. Heeft ie toch nog zijn tweede te pakken.


2020
De tegenvaller in Italië en de halve quarantaine op het achterterrein bij Piet zet me aan het denken over mijn toekomst, er vanuit gaande dat beide dames geen belangrijke rol in mijn leven gaan spelen. Na ruim dertig jaar vaste relaties en wat gruizige dames tussendoor weet ik wel hoe een kutje voelt, ruikt, eruit ziet, wat er allemaal in kan en uit komt, maar ook wat de keerzijde is. Ik neem me voor om voorlopig vrijgezel te blijven. Uitgangspunt is een brede vriendenkring, werken aan mezelf en nieuwe dingen doen. Vrouwen mogen ook wel eens hun best doen. Marijke en Christa mogen vanuit die hoek aanschuiven als ze willen. Eens kijken hoelang ik dit volhou. Omdat deze winter corona ook een zware wissel trekt op mijn sociale leven is het trainen voor een betere ademhaling de eerste stap. Met Paul dus de wekelijkse 5 kilometer in het Westerpark weer oppakken. Met Marijke is een status quo ontstaan. Een redelijk positieve; niet meer close maar ook geen aanvaringen of verwijten. Met Christa lijkt juist meer afstand te ontstaan. Echt moeite heeft ze nooit voor me hoeven doen, maar nu ik single ben, doet ze het ook niet. “Liever een veredelde vriendschap” heeft ze het over. Ook prima want de negatieve energie had de overhand gekregen en dan kan je maar beter je biezen pakken. Het eind van het jaar wordt gekenmerkt door steeds meer gedoe met Jeugdzorg waar ik me niet mee wil bemoeien en waar ik ook niet meer voor gevraagd wordt, ook al hangt ze af en toe zanikend een half uur aan de lijn.

2019…………….2021