Playback 2019

Rooftocht
Het is het einde van de winter van 2019 en ik heb een maand of drie mijn c rijbewijs. Tijd om er eens flink gebruik van te maken. Het echte rijden leer je tenslotte in de praktijk. Met Bram ging ik vroeger vaker op rooftocht door Frankrijk op zoek naar oude Citroens en onderdelen. De laatste jaren was het steeds lastiger om leuke betaalbare partijtjes te vinden, maar zo na de koude maanden denken we toch wel wat kans te hebben. Het zou al mooi zijn als we uit de kosten kwamen. Ik had, vooruitlopend op deze voorjaarsrit, eind februari, al een partijtje op Ebay gekocht, bij ene Lennart in Metz. Dat zou onze eerste stop worden, daarna zien we wel verder.
Eerst ff bij Christa op de foto, daarna vertrokken we via Maastricht naar het Noord-Franse Metz. De kans dat een van de dames meegaat is nihil, dus ik vraag het zelfs niet. Bram is meestal graag van de partij al was het om even het huiselijke leven te ontvluchten. Bij het vertrek vlak na de spits viel me op dat de buitenste rechter achterband wat zachter was dan de rest. Raar, want bij een eerdere check die week was dat nog niet zo. Het op druk brengen begon bij 3 bar, wat beduidend minder was dan de voorgeschreven 6. Nu ja, met volle banden op reis. Vlak onder Luik, op een stuk waar aan de weg werd gewerkt, kwam er een branderige lucht de cabine in. Er was niet meteen plek om te stoppen en na een minuut of vijf de eerste afslag genomen om de boel te inspecteren. Aan de linkerzijde was de achterste trommelrem warmgelopen. De rook kwam er af en zou nog dagen te ruiken zijn in de bus. Rechts was de dubieuze band volledig leeg. De rem laten afkoelen ging vanzelf, maar de rechter band vervangen voor het reservewiel was lastiger. De meegenomen sleutels gingen stuk op de vastzittende moeren en de plaatselijke Malle Pietje, die we aanspraken brak zijn Gedore- dop 24 bij de eerste draai. Malle Pietje was er meteen klaar mee en stuurde ons door naar een vrachtwagenbandenspecialist 10 kilometer verderop. Die hielp ons het reservewiel te monteren, maar de oude band voorzien van een nieuwe binnenband wilden ze niet doen. Geen zin in, dikke lul. We waren wel klaar voor drie bier. De rem was ook geen probleem meer en we togen zonder reservewiel verder richting Metz. In Luxemburg conform een oude Nederlandse traditie de tank volgegooid met goedkope diesel, 1,05 euro tov 1,30 in NL en de Franse grens gepasseerd rond een uur of zes. We lagen nog aardig op schema, ondanks de tegenslag. Het was net donker toen we Metz bereikten.
Ons doel was Lennart, een tegen zijn pensioen aanlopende Zweed die de laatste jaren had gewerkt voor de EU in Luxemburg. Hij woont in het hartje van deze leuke historische stad. Het bezoekje met de Setra was echter niet zo eenvoudig, omdat het centrale plein waaraan hij woont onbereikbaar is voor autoverkeer. Alleen op Gods gratie en met Bram lullend als brugman, mochten we het heilige gebied betreden. Het plein is onderdeel van het uitgaansgebied aldaar. De Setra met een sierlijke boog op het plein zetten was een hele gebeurtenis. De blauwgrijze wolk werd ogenschijnlijk niet zo op prijs gesteld, de looks van de Setra zelf maakten veel goed. Lennart stond al klaar. We konden maar beter niet te lang blijven staan, aangezien oom agent snel een prent uitdeelt. Hij nam ons mee naar boven en na wat toelichting rondom de spullen die ik drie weken eerder van hem op Ebay had gekocht, verhuisden de dozen naar de bus. Een half uurtje later reden we de stad weer uit, op zoek naar een plek om iets te eten. Het werd een pizzeria vlak naast de plaatselijke begraafplaats. De pizza was niet echt bijzonder en Bram als pizzaspecialist en vegetariër nam een salade. Hierna reden we de eerste afslag rechts een landelijk gebied in, om de nacht door te brengen in een bos. Dit liep niet naar wens. Het pad werd steeds slechter en de Setra kon niet gekeerd worden. Aan het einde van het pad begon het bos. Het was ook een soort T splitsing, een kruispunt. Het draaien in het donker was dramatisch en de bus kwam vast te zitten in de natte klei. Op deze plek was echter geen verkeer meer te verwachten tot de volgende ochtend, dus we pakten de slaapzakken en gingen vroeg naar bed.
De volgende ochtend was alles wit en mistig. De natte klei was veranderd in een ijsvlakte en de bus had hierdoor weer grip; een geluk bij een ongeluk. Wel waren de accu’s leeggetrokken door de omvormer en de standkachel, dus ik was blij dat ik op het laatst nog een paar reserve-accu’s in de bus had gelegd. We hadden met Lennart weer afgesproken die ochtend, omdat hij nog twee vrienden had met DS-sen en onderdelen die me moesten ontmoeten. Na een rit van ca 10 kilometer kwamen we bij een half verlaten dorpje, waar aan het eind van een doodlopend weggetje een van de twee woonde. Deze man had een DS, ook nog een SM en nog een paar auto’s. Geen tandenborstel, zoals zo veel Fransen. De tweede man had in de schuur erachter twee DS-sen staan en een platform met onderdelen. De prijzen waren marktconform en dus voor ons oninteressant. Bram kwam niet van de wat vereenzaamde bewoner los, wat gedurende onze trip een soort ‘running gag’ werd, tezamen met het tandenborstelloze bestaan gecombineerd met overvloedig spraakwater.  Wel zeer vriendelijke mensen, maar geen buit.
We togen in de middag verder naar het zuiden. Iets ten westen van Nancy streken we neer aan een meertje, vlak bij het plaatsje Ochey. De douche in de bus werkte nog niet naar behoren, dus het meertje was het moment om wat schoner aan te voelen. Te koud voor een duik, maar lekker schoon water om je in te wassen. Meteen blijven slapen en de volgende ochtend op zoek gegaan naar een nieuwe uitdaging, maar niet nadat Bram met zijn piepstok, de geuzennaam voor een metaaldetector, een weiland heeft geïnspecteerd. Geen waardevolle zaken, maar wel leuke kleinoden als knopen en gespen. Eind van de dag trokken we weer verder richting het zuidoosten.
Een nieuwe uitdaging werd gevonden in de Vogezen. Een vaag partijtje gebruikt spul op een afgelegen plek, 200 km verderop. De bus deed het verder prima en na een kilometer op honderd klommen we langzaam naar een niveau waar veel sneeuw lag. Ook de steeds steiler wordende hellingen nam hij goed en opeens schoot het me te binnen dat we niet gekeken hebben hoe hoog ons eindpunt eigenlijk lag. Een besneeuwde berghut was niet een optie, dus toen we bij het dorpje Cornimont kwamen, aan de voet van onze eindbestemming, was het een opluchting om te zien dat de wegen nog redelijk toegankelijk waren.
De break viel niet echt tegen, dat wil zeggen, het leek op de foto al niet veel en het was inderdaad ook niet veel. Alles valt te restaureren, maar deze was toch aardig overleden. Ook de eventuele onderdelen waren niet de moeite, dus reden we vlot verder richting lager gelegen regionen.
Toen de schemer inviel, namen we een afslag om te overnachten. De weg was een beetje scheef en de D-weg vrij hoorbaar, dus reden we toch maar door naar een iets beter plekje. Na een kilometer of drie leek dat gevonden, maar aangezien het weggetje eindigde bij een hek van een vuilverwerker, toch maar besloten om te keren. Het keren ging echter behoorlijk mis, want met de brommerdrager bleven we bij het achteruit rijden haken in het asfalt en bij het vooruit rijden over het gras liepen we vast. Terwijl Bram de rechter kant in de gaten hield met een zaklamp, groef de bus groef zich linksachter aardig in; de vochtige klei gooide het plan in duigen. Overnachten op die plek was een mogelijkheid, maar voordat je in de ochtend weer weg komt, ben je misschien wel uren verder. Dus toch maar proberen de bus uit de blubber te krijgen. De eerste optie was grind voor de wielen te strooien. Drie rode Dirk-tassen vol en we glibberden een uur later naar de uitgang van het grasveld met de neus nu naar voren.  Gauw terug naar de eerste plek en geen rare escapades meer. Bram kookte wat met spruiten en snel onder de deken.
De volgende ochtend namen we de tijd om eens goed te zoeken naar een leuke partij. Mocht verder weg liggen, liefst richting het zuiden, maar wel de moeite. Bram vond een partij richting Clermont Ferrand, zo’n vier uur rijden. Aangezien we de koude nachten ook wel een beetje zat waren, zou een partij in de lagere regionen ook op dit vlak andere voordelen kunnen bieden. Hij belde met de adverteerder, een dame en sprak af om ’s avonds terug te bellen voor een afspraak in de ochtend. Na een lange rit, waarbij we een uurtje of drie bij een reservoir in de zon bleven hangen, eindigden we die avond zo’n 30 km voorbij Roanne.
Aangezien de dame helaas de telefoon niet meer op nam die avond, reden we op de bonnefooi richting de plek van de advertentie, Noirétable. Na wat rondvragen en een verlaten tankstation te hebben bekeken, kregen we de dame weer te pakken. Ze beheerde echter een tankstation verderop, in Saint-Priest-La-Prugne. Dus weer in de bus en wat bultjes over in het bergachtige landschap van Midden-Frankrijk.
De dame liet ons de berg onderdelen in de schuur zien. Er bleek nog een tweede dame te zijn, de dochter van de adverteerder. De partij was van de kort ervoor overleden vader van de moeder te zijn geweest. Onverstoorbaar worstelden we ons door de berg spullen, in de wetenschap dat de kans klein is dat we een mooiere partij op deze rit zouden tegenkomen. De dochter kwam even kijken vertelde waarom het kleine bergje eendenspullen afgezonderd van de rest lag. De avond ervoor was er een eendenman geweest die in botsing was gekomen met ma en de berg had laten liggen. Ze ging er van uit dat de man niet meer terug kwam, maar stelde het op prijs als we er geen dingen uit zouden plukken. Helaas lukte dat niet en schoven we stiekem de NOS delen in onze berg. Na een uur sorteren bleek de berg toch aanzienlijke te zijn. Veel voorschermen, een paar deuren, achterklep en zelfs een M35 zijscherm. Omdat ik mijn twijfels had over de waarde van het laatste scherm en dat ding erg lang is, lieten we die toch maar staan. Over de rest waren we het wel eens; wel veel volume, maar er ’s avonds gewoon voor de bus uitkieperen en pitten.
De onderhandelingen verliepen stroef. De dames gaven aan eerst een man uit het dorp hun oordeel te laten vellen. Dan zou er nog iemand komen die geïnteresseerd was en dan konden we de volgende ochtend op Gods gratie de boel inpakken. Dat was natuurlijk niet wat we wilden. Bram gaf aan dat als we zonder spullen zouden wegrijden, we niet meer terug zouden komen. De dames wilden toch wel meteen een deal maken, maar dan moest de prijs drastisch omhoog. Na wat geheenenweer ontstond er een patstelling over 50 euro. Ik was meer omhoog gegaan dan de dame met haar prijs naar beneden, dus ik vond dat zij maar dat laatste kwartje moest inbinden. Zij vond van niet en begon verbaal maar ook met theatrale gebaren haar ongeduld vorm te geven. In het Nederlands gaf ik aan Bram aan dat de dame in kwestie wel een beetje haar kaarten aan het overspelen was en stelde me voor dat als we weg zouden lopen, ze wel gillend achter ons aan zouden komen rennen. Ik schoof de briefjes van 50 weer in elkaar en bedankte ze hartelijk. We liepen naar de bus en voordat de deuren helemaal dicht waren, hoorde we dat de dames elkaar volledig verbaal in de haren gevlogen waren. De eendenman had het voorwerk voor ons gedaan en inderdaad, de dochter des huizes kwam zoals verwacht gillend achter ons aan gerend. Bij het aftikken konden Bram en ik de glimlach niet onderdrukken en moeders hoofd stond op donderen. Ze had de strijd om het laatste kwartje verloren door die slappe dochter van haar, zag ik haar denken. Uiteindelijk draaide ze bij en na een kwartier werden we door beide dames vriendelijk uitgezwaaid.
De bus raakte al aardig vol en we togen op richting het noorden. Na een kilometer of 50 streken we neer op een camperplaats met wc in een stoffig dorpje met uitzicht. Alles leek oké, maar Bram ontdekte een bult op de rechter achterband, degene die we gewisseld hadden. De volgende ochtend was die bult al zonder te rijden flink gegroeid, dus het werd de volgende dag tijd voor actie.


Na een half uur wachten, kwam de eigenaar op locatie. Hij was een jaar eerder gestopt met de zaak, maar wilde ons indien nodig wel helpen. Die hulp bleek zich vooral te beperken met een rondleiding over en rond zijn bezittingen. Was voor ons op dat moment niet zo van belang; het was een curieuze plek die het midden hield tussen een verzamelparadijs en een verlaten sloperij. De man zelf, dik in de zeventig, was ook een fenomeen. Hij liep een beetje rond, al verhalend op zoek naar een vervangende band die hij niet had, maar ook voordragend uit eigen werk en zijn goud showend in zijn hal achter het huis; een heuse antieke trekkerverzameling.
Hoe vriendelijk hij ook was, helpen was een brug te ver en na twee leuke uurtjes in zijn speeltuin trapte we de bus weer aan richting Lurcy-Levis, waar ene Claude zijn DS spulletjes op LBC aanbood. Niet dat er spannende dingen op stonden, maar omdat hij redelijk op de route lag en hij aangaf meer te hebben, leek het ons een goede tussenstop, ook met bobbel op de band.
In Lurcy-Levis aangekomen was de bobbel op de band uitgegroeid tot een vulkaan die elk moment tot eruptie kon komen. De plaatselijke bandenman zag er ook niks in en stuurde ons weer door naar de volgende. Claude nam ook de telefoon niet op en jawel, rond vieren knalde de band.


Gelukkig heeft de Setra vier banden op de achteras, dus na het oppompen van de binnenste band, konden we met gepaste snelheid wel verder. Alleen zou deze goede band beter aan de buitenkant kunnen zitten, voor de stabiliteit. Een goede wielmoersleutel ontbreekt helaas en Bram stelde voor om bij de eerste de beste flinke schuur te stoppen om zon sleutel te lenen. Deze boerderij was snel gevonden, maar een passende sleutel van een beetje kaliber hadden ze niet. De boerderij hoorde niet bij de schuur; deze was al jaren ervoor afgesplitst door de landeigenaar. In de boerderij woonde een jonger stel wat Parijs ontvlucht was om meerdere redenen. Een vriendelijke ontvangst werd gevolgd door een uitnodiging om aan te schuiven bij de wijn en later het eten. Ook een overnachting binnenshuis werd voorgesteld, maar aangezien wij in de bus ondertussen een prima slaaphoek hadden gecreëerd, werd dat afgeslagen. Een neef was ondertussen bezig geweest de band te repareren, maar helaas, hij had niet alle middelen beschikbaar om dit tot een goed einde te brengen. De volgende ochtend gingen we weer op pad, maar niet nadat we eerst de plaatselijke wrakkenverzamelplaats hadden bezocht en een niet onaardige CX van het eerste bouwjaar hadden aanschouwd.
Beetje roest onder de deuren, kleine schade, gare banden, maar verder eigenlijk een leuke oldtimer. Wij lieten m staan.
Na de vergeten krik te hebben opgehaald bij ons overnachtingsadres, werd de reis op deze vrijdag voortgezet richting het noorden. Onze volgende afspraak in Dompierre sur Helpe was in principe op vrijdagavond, maar de afstand van ruim 600 kilometer in combinatie met de lekke band maakte deze afspraak toch wel erg lastig. Eerst de band gerepareerd zien te krijgen. De band van de eerste lekkage was verder heel, dus die zou in combinatie met een nieuwe binnenband weer dienst kunnen doen. Het eerste adres was een agrarisch bedrijf. Die lui kwamen er niet het kantoor voor uit, maar stuurde ons naar een bandenbedrijf op een kilometer of tien. Warempel, deze deed het wel, en na de reparatie zag de bandenman dat de naastliggende velg ook een scheurtje in een las vertoonde. Hij deed er niet moeilijk over om ook deze band te verwisselen op een velg. Na anderhalf uur worstelen was de schade slechts 68 euro. Das inclusief twee nieuwe binnenbanden en een bandenvulmiddel. Geen geld. Opgetogen trokken we verder. Tot donker reden we door om uiteindelijk neer te strijken langs de Seine. De volgende dag zijn we vroeg vertrokken en rond 14.00 kwamen we precies conform afspraak aan bij de Citroenman in het noorden. Op Ebay had ik al bij hem twee achterschermen van een break gekocht, maar er was meer en we hebben nog een bergje ingeladen. Aardige vent met naast een ID ook nog wat CX-en in de schuur.
Vanzelfsprekend deed Bram weer het woord en was ik aan het tellen en graaien. Na een klein uurtje trokken we weer verder richting het noorden, een paar schermen en deuren verder. De Belgische grens naderde en daarmee ook het eind van deze trip. Nog gauw naar de Franse super om wat bijzondere dingetjes in te slaan en voor we het goed door hadden, waren we al weer bijna thuis. Rond tien uur ’s avonds reden we in Watergang en zette ik Bram af. Das best fijn, een week weg zonder Marijke of Christa, want hoe leuk ze ook zijn, vrouwen blijven vrouwen.
Al met al is deze internationale rooftocht leuk maar ook nauwelijks productief. Financieel lijkt het een leuk tripje te zijn met best exclusief spul, maar als je na een paar weken of maanden de balans opmaakt, is het de moeite eigenlijk niet. Geld verdien je nou eenmaal makkelijker op een andere manier, al is dit voor een keer in het jaar best leuk.


Voorlinden
De lente komt eraan en Marijke wil graag naar Voorlinden. Ze doet regelmatig met een van haar vriendinnen dit soort uitstapjes, maar nu ben ik aan de beurt. Ik ben niet zo’n museumganger, maar dit in Wassenaar gelegen museum is echt de moeite waard. ’s Ochtens gaan we die kant op met de witte ID. Er is een tentoonstelling van Do Ho Suh, een Koreaan die met transparante stof ruimtes maakt. Het is een mooie tentoonstelling die goed combineert met de vaste collectie. Als ik met Marijke naar een museum ga, is ze meestal goed voorbereid en weet ze wat ze er gaat zien. Ze loopt dan vrij emotieloos, net als ik, langs het gebodene en neemt overal uitgebreid de tijd voor. Op ruime afstand aanschouwen we de kunst, gelijk de andere bezoekers, we proberen een efficiënte wandelroute te vinden zodat we zonder al te veel inspanning alles goed kunnen bekijken. Iets drinken of eten doen we zelden. De vaste collectie kennen we ondertussen, dus bijvoorbeeld de trap van het zwembad dalen we niet meer af en ook de ruimte met het open dak laten we rechts liggen. We gaan medio de middag, ruim voor de avondspits weer terug. Marijke vond het zeer de moeite waard, ook al was dat nergens aan af te lezen. Haar emoties krijgen sowieso pas een vrije vlucht als er een flinke fles wijn in zit of het het moment van de maand is.
Een week later vraag ik Christa, die in haar leven denk ik nauwelijks een museum bezocht heeft, om met mij mee te gaan naar wederom Voorlinden. Na enige aarzeling stemt ze toe en ik maak met haar min of meer dezelfde rit, ook met de ID. Ik voel me een beetje betrapt als ik het museum in loop, omdat ik het gevoel heb dat het museumpersoneel door heeft dat ik nu met een andere dame binnen kom. Slaat natuurlijk nergens op, maar een week erna weer naar hetzelfde museum is toch een beetje een groundhog-day-erlebnis. Waar Marijke stoicijns door de collectie liep, gaat Christa als een stuiterbal de zalen door. Ze is overenthousiast, vindt bijna alles indrukwekkend, kan met haar vingers van veel zaken niet afblijven, boos kijkende suppoosten brengen haar niet van haar stuk en alleen als er eentje de stem verheft, schrikt ze kort. Ze is weer even zeven jaar oud. Prachtig om te zien en ook al had ik in het begin een vorm van schaamte, door iets meer fysieke afstand nemen van haar kan ik zowel genieten van deze energiebal als dat ik me er minder verantwoordelijk voor voel. Ze gaat kriskras door de hallen heen en je merkt dat de suppoosten elkaar seinen. Een soort geheime code. Iets van; we hebben er weer zo eentje, oppassen geblazen en kort houden. Zouden ze misschien in een kunstwerk traangas of een dwangbuis verstopt hebben voor dit type excessieve gevallen? Hoe dan ook, de energie van Christa is ook niet toereikend genoeg om het langer dan een uurtje vol te houden, daarnaast wordt ze gegrepen door een Duits filmpje uit de jaren zeventig waarin allerlei objecten elkaar in beweging zetten, als vallende dominostenen. Ze kijkt er geobsedeerd naar en kijkt de hele film af. We lopen erna via de winkel naar buiten, de emoties gieren bij haar nog na, maar we moeten opschieten want er is weer een deadline in de Beemsterstraat en de A44 zit aardig verstopt. De dag eindigt voor haar in een zenuwachtig gebel met een moeder en haar ex. Wat een wereld van verschil, die twee dames in hetzelfde museum.

De Waard
In het voorjaar staat ze plots met Lieke weer op de camping. Deze keer heeft ze een oude tent meegenomen. Ze staat onverwacht en trots voor mijn neus. “Zo’n De Waard tent is een hel om op te zetten” zeg ik. De gaat er nog meer van glunderen en doet haar geweldige hupje. Dat is dat ze op haar tenen even staat en weer neerdaalt alsof ze over een schutting wil kijken die net iets te hoog is. Met dat glimlachende hoofd erbij is het een vermakelijk schouwspel. Weer een meisje van zeven. “Helemaal alleen gedaan?” “Ja” antwoord ze. Ik vertrouw het niet helemaal, maar vind het leuk dat ze er staat. Lieke is er ook bij en ze blijft zeker drie weken staan.
Ik weet dat ze bij Anja en Dirk niet zo blij met haar zijn, maar die zijn op vakantie en de zonen zal het aan hun reet roesten. Piet is dus de enige die zich aan haar stoort en die zal dus bij terugkomst van Dirk wel flink van leer gaan. Ze schuift af en toe aan bij het eten en Marijke komt pas na een week of twee er achter dat Christa op de camping staat. Tegen die tijd is Chris al verwitigd om binnenkort op te hoepelen. Ze heeft door dat ze een persona non grata is geworden, want er zijn veel andere campinggasten die er langer staan dan zij en niet hun biezen hoeven te pakken. Na enkel weken uitstel wordt haar verwittigd de camping per direct te verlaten. Wederom een dag later is ze zo over de rooie dat het haar wederom niet lukt de tent af te breken. Ik stel haar voor haar te helpen. Dat wil ze echter niet, maar na een paar uur ga ik toch maar aan de gang. Ze is zo boos dat ze stampvoetend over de tentstokken en haringen loopt die ik uit de grond trek. Andere campinggasten houden wijselijk afstand. Ik geneer me wel, maar ga wel door met de actie want halverwege stoppen is ook geen optie. Ze heeft gelijk dat het belachelijk is dat de camping met twee maten meet, maar daar staat het Uilenstekkie ondertussen wel een beetje om bekend. ‘Zoals de wind waait, waait de scheerlijn’.


Zeevlam
De voorjaarszon schijnt me tegemoet als ik de Egelantiersgracht af rijdt. Mijn ochtend was goed begonnen en ik reed voor mijn doen bijtijds, dwz voor half tien richting de pont. Vaag had ik Christa aangegeven bij mooi weer wel met haar naar het stand te willen. Ze had me echter vlak na negenen een doodshoofdje geappt als reactie op mijn zonnetje. Na ja, dat schiet niet zo op. Op de pont probeer ik haar te bellen, maar ze neemt niet op. Laat ook maar, denk ik. Als ze niet goed in haar vel zit, is het toch niet leuk om met haar wat te ondernemen. Ik ben bijna in Zunderdorp en ze belt me terug. “Ik ben er klaar mee en je behandelt me als een bijvrouwtje” tettert ze door de telefoon. Ik antwoord: ”Goedemorgen Chris”. “Ja lul er maar weer overheen. Als je echt in me geïnteresseerd was, deed je wel anders”. Het is een herhaling van eerdere gesprekken; enerzijds vindt ze het prima om op zekere afstand te blijven, maar soms breekt het op en wil ze nummer 1 zijn, lijkt het. Om de toon te wijzigen, geef ik aan dat ik zo naar het strand bij Timboektoe ga, met of onder haar. Ze blijft doormokken maar zegt niet meteen nee. Nu draait zij het gespreksonderwerp om en geeft aan dat het gedoe met haar ex haar verschrikkelijk de keel uit hangt en haar hele dag al heeft verpest. Het bekende tijdrovende ritueel van het uiteenzetten van het gedoe met Cos. Ik hoor het even aan, ben ondertussen al gearriveerd in het Mannenparadijs, en probeer het gesprek af te kappen door aan te geven haar straks op te pikken en dat we dan verder praten. Ze stemt toe en een half uur later sta ik voor haar deur. Ze heeft nog even de tijd nodig om haar spullen te pakken, maar echt vrolijk is ze bij lange na nog niet. Ik wacht geduldig en hoor minstens zo geduldig tijdens de rit naar Wijk aan Zee haar never-ending-story aan.
We rijden langs Tata, komen aan bij de parkeerplaatsen met uitzicht op IJmuiden. Er is plek zat, zo door de week bijtijds in het najaar. Das andere koek dan bij een warm weekeinde. We lopen richting Timboektoe, de eerst strandtent rechts van het Noordzeekanaal. “Iets drinken?” “Nee” zei ze kortaf. We lopen verder. Haar pet staat nog steeds niet goed. Er zit haar veel dwars en ze stuitert een beetje. Praten heeft weinig zin merk ik; ze luistert nauwelijks. Terwijl we langs de branding lopen, gebeurt er iets bijzonders. Het is een soort mist die precies op de branding ontstaat. Later kom ik erachter dat het zeevlam heet. We zien elkaar wel, maar de rest om ons heen verdwijnt in de mist. Praten leek toch weinig zin te hebben, dus na een lang moment van stilte ga ik voor haar staan, buk iets voorover, kijk in haar ogen en zoen haar ongevraagd. Ze laat het gebeuren en na enkele seconden geeft ze zich er helemaal aan over. Een eindeloos moment, omhuld door een frisse mist, elkaar stevig vastgepakt en volledig aan elkaar overgegeven. Een soort ultieme versmelting. De mist trekt langzaam weg en na een kwartier staan we in de zon te zoenen. Het magische moment is vertrokken en we lopen beide sprakeloos naar de strandtent. Het zou voor mij de mooiste herinnering aan onze romance worden.

Metamorfose
Na de rit naar Frankrijk in het voorjaar is er vertrouwen in de Setra S7 en het rijden met zo’n bak. Zo groot is ie ook weer niet, maar ik kan me voorstellen dat velen er niet aan zullen wennen. Omdat blotebillenwit niet mijn ding is, besluit ik om m in hout-imitatie te schilderen met wie anders dan Annette. Zij heeft voor mij in het verleden veel geschilderd en ook hout-imitatie. Ik kies voor een mahonie. Zoiets heeft ze ooit ook op tante Betty haar pui geschilderd, ik meen in 1995. Het is de bedoeling dat we voor de zomervakantie, deze keer naar Polen, klaar zijn. Helaas lukt het niet en we gaan in de onderlaag op pad. Bij terugkomst zetten we de laatste lagen erop. Het resultaat is naar wens ook al heb ik mijn twijfels over het terugkomen van enkele roestplekken. Het is mahonie, dus: ‘van roest maken we een noest’.

Polen
De zomervakantie is wederom een nieuwe eindbestemming. Polen dus deze keer. We gaan op pad met Jet, omdat June dit jaar voor het eerst haar eigen plan trekt. Geen wildkamperen want Jet wil elke dag uitgebreid tutten in een spiegel en onder een echte douche zonder pottenkijkers. Marijke lijkt weinig moeite met de eindbestemming te hebben, in de wetenschap dat Ladiere van Emine verkocht is, maar ook dat ze Emine in Polen ontmoet. Kortom, best mooi weer, veel natuur en weer eens wat anders. De bus valt ook zeer op in het wat armoedige Polen.

Sint Maarten
Dat gereis met de familie is leuk, maar het blijft onduidelijk wat Christa er van vindt. Ze geeft weinig sjoege over het een en ander. Alsof ze de kat uit de boom kijkt. Met Cos is ze weinig weg geweest. Hij wilde nooit weg, zonde van het geld, zegt ze. Voor zover ik het kan overzien is Christa ook niet echt een makkelijke reisgenoot. Toen we laatst naar kevertjes gingen kijken in de kop van Noord Holland, ging ze op de terugweg in de ID terwijl ze aan het stuur zat, behoorlijk door het lint toen ik haar aangaf dat een man leuk is, maar dat ze misschien beter op zoek kan gaan naar een slaaf. Met overslaande stem werd de ID naar de vluchtstrook gedirigeerd en mij werd verzocht direct uit te stappen. Ik lachte en gaf aan dat het nog altijd mijn auto is, ook al zit ze aan het stuur. Een gevoelige snaar geraakt, maar nog zeker geen aanleiding om er zo genadeloos van uit je dak te gaan. Maar ja, ontploffingen zijn ondertussen een wat regelmatiger terugkomend fenomeen geworden.
Ze blijkt nog een goede bekende te hebben zitten op Sint Maarten. Met Lieke samen, tickets geboekt en een weekje bijkomen van het vijandige Nederland. Ik breng ze weg en haal ze op. Geen succes. Halverwege zijn ze verkast naar een hotel omdat er iets mis ging in de communicatie. Erg teleurstellend. Na ja. Ze is soms ook een pak ellende maar dit is niet leuk. Bijna huilend haal ik haar weer op op Schiphol. Lieke kijkt net zo treurig. Jammer dat ze alles net zo hard binnen krijgt als haar moeder. Ik vraag me af wat ik er mee aan moet, want mijn inbreng kan niet van invloed zijn op dit soort gebeurtenissen.

Verrijken
Christa zet neuken weinig op de agenda. Bij Marijke is het geen probleem, ook al is het meestal orale bevrediging. Ze komt makkelijk klaar en het ritueel is net als de rest van haar leven geagendeerd. Zaterdag laat op de avond, begin van de nacht, als ze niet ongesteld is of gedronken heeft, want anders komt ze niet klaar. Ik pas me aan, heb al jaren een gereserveerdheid hierin gekregen want de echte passie is ver te zoeken, maar Marijke pijpt fantastisch en dat maakt een hoop goed. Doorslikken doet ze niet, maar dat hoeft van mij ook niet. Gelijk oversteken. Na de seks gaat ze meestal nog een of twee pagina’s lezen uit een boek. De kans is groot dat ze na een minuut of vijf in slaap valt met het op de grond vallen van het boek tot gevolg. Ze schrikt dan weer wakker, pakt het boek op en legt het op de vertrouwde plek op de rand van het bed terug.
De tantra ervaringen hebben me wel wat wijzer gemaakt en voorzichtig introduceer ik kriebelen in het voorspel. Langzaam, dus niet in een minuut of vijf over op de hatseflats, maar zeker een kwartiertje alle redelijk bereikbare huidcellen betasten alvorens op de genitaliën over te stappen. Geen speciale oog en ademcontacten, ook geen kleermakerszit, maar ordinair uitgebreid kriebelwerk. Ik merk dat deze aanpak erg gewaardeerd wordt. Of althans, ik denk het te merken. Het gevolg is dat de zaterdagnacht en ook die hierna anders worden aangevlogen. We zijn langer en intensiever met elkaar bezig en zowel Marijke als ik lijken het te waarderen. Het eindigt nog immer in de zo gewaardeerde hoogtepunten, maar het is best een verrijking. Zo zie je dat ordinair vreemd gaan ook zijn positieve kanten heeft.


2019
Het doubleren van de vrouwen is een raar spel geworden. Het duurt al ruim anderhalf jaar en er is al een tijd een status quo. De verliefdheden zijn al een tijdje voorbij, de speelsheid is grotendeels weg. Anagrammetjes worden niet meer verstuurd, hartjes nog wel. Ik de groene, zij de rode. Van het op gang brengen van Christa is weinig terecht gekomen. Ze zal aan zichzelf moeten werken, maar dat doet ze niet. Onafhankelijk zijn van anderen, voor haarzelf opkomen in plaats van het ontkennen van haar borderlinegedrag. Het lijkt alsof de drie T’s haar hierin dwarsbomen: Te lui, Te dom en vooral Te koppig. Fysieke aantrekkingskracht is er nog wel; de tantra golf is aardig overgewaaid, maar kriebelthee is nog steeds populair en seks gaat redelijk makkelijk, maar minder vaak, zoals in vrijwel elke relatie. De romance zorgt voor een soort rust bij haar, maar activiteiten ontplooit ze nauwelijks. Labiel blijft ze wel. Ik ga steeds vaker mijn eigen pad en hoopt dat ze op een of andere manier aanklampt. Marijke gaat al eeuwigheden haar eigen gang en dat kan ze goed, net als ik. Met Christa kan ik het laten doodbloeden, want tegen haar kinderen en directe omgeving heeft ze altijd volgehouden dat er niks tussen ons is. Dat de hele buurt mij ’s ochtends lachend een goedemorgen toewenst als ik mijn okerkleurige bakfiets aan immer dezelfde lantaarnpaal vastzet, doet niet ter zake. Wat wel een teken aan de wand is, is dat haar negatieve energie de positieve begint in te halen. Ik vermoed dat dat in iedere relatie van haar is gebeurd, in ieder geval die waar kinderen uit voort gekomen zijn, de enige relaties waar de over praat. Die onbalans is niet onoverkomelijk maar werpt een duidelijke schaduw vooruit. Daarnaast ga ik ook steeds iets minder lekker in mijn vel zitten. Ze lijkt een soort paard van Troje te worden die eerst mooie dingen brengt, maar langzaam je van binnen uit sloopt.
Ik bedenk een plan. Ze wil graag een eigen auto en ze wil naar haar zoon kunnen in een camper. We sturen al twee jaar marktplaatsadvertenties naar elkaar door met leuke oude campertjes, dus er eentje voor haar uitpikken zou moeten kunnen. Daarnaast heeft ze geld gekregen van de verkoop van het huis met Cos. De arme man heeft zich sufgewerkt voor dat huis, Christa lag driekwart van de tijd waarschijnlijk in haar nest met hoofdpijn of zo, maar aan het einde ging de winst strak doormidden. Financieel kan het dus ook. Ik stel aan haar voor om in het voorjaar een bus te kopen, samen op te tutten zodat zij er mee naar Italië kan. Haar zoon oordeelt mee. Neemt ze een paar stappen die ze tot nu toe niet gezet heeft; de aanschaf van een voertuig en de plicht om m op te knappen. Kijken hoe ze zich houdt onder die zelfopgelegde druk. Met beide wil ik wel helpen, maar ze moet zelf het voortouw nemen, is mijn idee. Een soort test, waarvan ik denk dat ze m niet gaat halen, maar als ze dat wel doet heeft ze zeker een pluim verdiend en een vakantie met haar familie.

2018…………….2020