Ernie is dood. tenminste, de stemacteur erachter, Wim Schippers. Voor de jongeren onder ons de wat geknepen stem van Ernie, voor de wat ouderen zoals ik de motor achter Sjef van Oekel, Barend Servet, maar ook de Pindakaasvloer en de Het Is Me Wat -steen. Wat hij maakte of bedacht mocht niet mooi zijn; hooguit komisch, meestal licht provocerend.

De meeste indruk maakte hij op mij en velen uit mijn generatie met tv programma’s als Waldolala, Barend Servet, We Zijn Weer Thuis en Van Oekels Discohoek. Ze dreven de spot met bestaande serieuze programma’s en provoceerden met seks en controversiële onderwerpen als spruitjes piepende Juliana. Apart was het zeker, niet altijd even sterk, maar het stempel van Schippers was uit duizenden te herkennen. Het latere radioprogramma Ronflonflon met zijn alter ego Jacques Plafond was soms hemeltergend en komisch tegelijk en daarom ook uniek. Alles wat hij maakte moest op een of andere manier lelijk zijn; soort cartoonist.
Hij woonde op de Achterburgwal, vlak bij mijn ouders, en zag m een paar weken terug nog richting het Rokin stiefelen, langzaam opgaand in de anonimiteit van de toeristen, waarvan vrijwel niemand m zou hebben herkend. Herkenbaar omdat hij klein van postuur, enigszins vooroverlopend met een onmiskenbare tred die ik ook van m kende toen ik nog bij mijn ouders woonde. De laatste jaren heb ik weinig van m vernomen, op het verhaal na van zijn overleden vriendin, Ellen Jens, die hij deelde met Adriaan van Dis. Mooi verhaal, zoals er vast meer zijn.