Ontwetting

Ik ben al jaren werkzaam in de bouw. Niet zozeer nieuwbouw, meer oude meuk. Al vanaf de begin jaren negentig. Te lang in feite, want ook een volleerd architect zal in zijn eerste jaren op de arbeidsmarkt hebben gemerkt dat hoe mooi je ook kan ontwerpen, hoe slim of goedkoop je ook kan bouwen, alles valt of staat op je kennis van wetgeving. Weinig is zo overreguleerd als de Nederlandse bouw. Het beperkt de ontwerper, de ontwikkelaar, huizenbezitter, huurder, eigenlijk iedereen. Toch verandert er weinig door deze wetten en als er wat verandert is het meestal niet ten goede, terwijl de bedoelingen oprecht lijken. Het gevolg is dramatisch. Een schoolvoorbeeld van operatie geslaagd, patiënt overleden.

Terug in de geschiedenis. Woningnood is er vanaf de mens bestaat waarschijnlijk. In ieder geval vanaf de middeleeuwen, maar ook ver daarvoor, zeker buiten de Nederlanden, zijn er al veel voorbeelden van problematische huisvesting. In de zeventiende eeuw breidde Amsterdam uit via het bouwen van de lastage en de grachtengordel. Dat waren gemeentelijke besluiten geweest vlak na de Alteratie in 1578 die voornamelijk in de eeuw erna tot uitvoer werden gebracht. De vestingstrategie van Maurits in dezelfde periode leidde er toe dat tot diep in de negentiende eeuw de Hollandse steden waaronder Amsterdam niet buiten de vesting konden bouwen. Pas rond de Industriële Revolutie in 1850 braken de steden door hun gordels heen. De nieuwe bouwgolf, de Revolutiebouw, zorgde er voor dat vele stadsbewoners een voor die tijd normaal huis kregen. De kwaliteit van de woningen was wisselend, maar in een korte termijn verdubbelden het aantal woningen in de de steden. Veel andere zaken kwamen toen pas op orde: kraanwater, vuilophaal, riolering, elektriciteit, straatverlichting en zelfs stadsgas verrijkte in korte periode de Hollandse steden. Een inhaalslag werd gemaakt. Door onder andere de snelheid waarmee, na een stilstand van meer dan honderd jaar, een en ander geschiedde, vond men het van belang om al deze verworvenheden wettelijk te regelen. Een ervan was de Woningwet van 1901. Deze landelijke wet voorzag de gemeenten in Nederland een juridisch kader waarin zij een Bouwverordening konden schrijven. In deze verordening konden gemeentes hun grieven kwijt en sturend werken aan de bouwopgaven in hun gemeente. Amsterdam bijvoorbeeld kon zo hun oude stadse wetgeving in de nieuwe verordening kwijt, zodat schoonheid, hygiëne en brandveiligheid goed geregeld zouden zijn. Vanzelfsprekend waren die wetten gericht op de verbetering van de woningkwaliteit en in Amsterdam was een van de eerste artikelen in deze Amsterdamse bouwverordening is het verbieden van een bedstede of slaapalkoof. Dit strookte niet met de algemene opvattingen over hygiëne en zal vast ook een socialistisch draagvlak hebben gehad. In andere gemeenten was er veelal geen verbod maar werd het ouderwetse fenomeen als armoedig ervaren. Het is wel een mooi voorbeeld van hoe overheden via regulering de bouwopgave proberen te beïnvloeden, met kleine stapjes en veelal goed verklaarbaar vanuit het tijdsbeeld.

Helaas hebben we heden ten dage te maken, 120 jaar na invoering van de Woningwet, met een dramatisch uit de hand gelopen hoeveelheid wetgeving. De bouwverordeningen zijn na invoering van het Bouwbesluit heringericht met in Amsterdam hoofdzakelijk milieuwetjes, we hebben de WABO, bestemmingplannen, milieuwetgeving, burgerlijk wetboek, noem het maar op, allemaal bedacht om ons mensheid te behoeden van slechte bouwsels. Verdere sturing van onze goedbedoelende overheid als huurcommissies, verhuurdersheffingen, milieu effect rapportages, welstand, subsidies enzovoort buiten beschouwing gelaten. Een deel van de wetten zal recent vervangen worden door de nieuwe Omgevingswet, maar helaas is die na twee maal toe uitstellen een minstens zo verschrikkelijk gedrocht aan het worden als zijn voorgangers. Tenslotte durft geen gemeente over een nacht ijs, maar ook niet over zes jaar ijs en dus is uitstel de enige oplossing. Ontwikkelaars, die oorspronkelijk niet konden wachten op de invoering van deze nieuwe wet, hebben maar gauw onder het oude regime hun plannen ingediend, omdat ook zij het debacle op afstand zien aankomen. Gaat dan niemand ons redden? Helaas, we zijn overgeleverd aan het negen koppige monster wat ons allen gaat verslinden! Nou ja…

Er is nog redding mogelijk lijkt me. Ondanks dat het ten strijde trekken als een ware Don Quichot (de zotte Spanjaard mijn initialen gebruikte voor het hogere doel) voor de hand liggend lijkt, zal de mensheid een list moeten verzinnen. David versloeg Goliath tenslotte ook met een handigheidje, en zo zal ook de strijdbare Nederlander in opstand moeten komen tegen het ontembare papieren monster. Revolutiebouw 2.0!

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Ontwetting

ID19F aardig af

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor ID19F aardig af

Mark is een Topsporter

Al maandenlang staat hij centraal in de media: onze Mark. Hij ploetert wat af en de kritiek is niet mals, maar hij zit er nog immer als demissionair premier en leider van de VVD. De toeslagenaffaire komt als een meertrapsraket steeds weer voorbij, maar Mark blijft standvastig in zijn verweer. Menig collega politicus zouden zijn opgestapt of een stapje terug hebben gedaan, zo niet Mark. Met zijn fiere 54 jaar is er nog heel wat te doen en kan hij al struikelend en gladstrijkend nog vele jaren mee.

Wat velen niet zien is dat Mark eigenlijk een sportman is. En niet zo maar eentje, nee, een Topsporter. Zo eentje die elke week in Papendal zich laat begeleiden door het neusje van de zalm wat zich met topsporters bezig houdt. Een sublieme personal coach, een volleerd trainer, het juiste materiaal. En dat alles om zowel fysiek als geestelijk iedere keer weer een topprestatie te kunnen leveren. Vergaderen tot diep in de nacht, overal aanwezig moeten zijn, iedere journalist trakteren op het perfecte nietszeggende antwoord, een kritisch Kamerlid met het juiste afgewogen kluitje, het is topsport.

Nu kan je natuurlijk de vraag stellen in welke sport hij dan wel actief is. Bij de Catshuis-overleggen komt hij steevast aan met een fiets, de haartjes worden steeds intenser geverfd en de lange vergaderingen worden nog immer niet geschuwd, maar wat is nu eigenlijk zijn discipline? Je zou verwachten dat een politicus cq bestuurder een soort hoger doel moet hebben. Een socialist die zijn leven opoffert voor gelijkheid, een liberaal voor een open samenleving, een milieuactivist voor schone lucht, enzovoort. Zeg maar de wereld verbeteren. Maar dat kan het bij Mark toch echt niet zijn. Specifieke VVD standpunten van weleer zijn onherkenbaar geworden in zijn tienjarig premierschap. Links en rechts konden door de jaren heen even makkelijk aanschuiven en lachend formeerde hij de meest onwaarschijnlijke kabinetjes aan elkaar. Als bestuurder is het ook geen hoogvlieger gezien de belangrijke taken die in zijn regeerperiode zijn blijven liggen als belastinghervormingen, integratie van migranten en bijvoorbeeld milieuverbeteringen.

Het antwoord ligt echter voor de hand; hij wil zo lang mogelijk premier van Nederland zijn. Het kan niet anders. Integriteitzaken als foutief herinneren, gebrek aan staatkundig fatsoen als in de toeslagenaffaire, structurele wandelgangen- en torentjesoverleggen, ‘vijanden’ als Verdonk en Omtzigt elimineren, je kroonprinsen als Wiebes en Dijkhoff wegjagen, een VVD fractie vol jaknikkers, het past allemaal in het straatje van de Topsporter als Mark. Het doel heiligt tenslotte alle middelen. Vele zijn hem al voorgegaan. Communisten als Castro en Mao, fascisten als Franco en Pinochet, maar ook hedendaagse leiders als Poetin en Kim Jong-un zijn bezig de fysieke grenzen te verleggen en leveren topprestaties. Veelal gesteund door een volhardend onnadenkend electoraat, verlepte veren uit het verre verleden en vastgelopen kiesstelsels staan deze Topsporters hun mannetje in het breken van records.

Onze Mark is met zijn tien jaar topsport inderdaad goed op weg. Hij kan op deze manier nog jaren mee en nog een decennium Rutte-leiderschap ligt ons in het verschiet. Voor de mensen die het niet zo zien zitten; ieder systeem creëert zijn leiders. Wil je ander type leiderschap, zal je het systeem moeten veranderen. Wie verandert het systeem? De leiders. Kortom, we zitten nog wel ff met onze 54 jarige Topsporter opgescheept.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Mark is een Topsporter

ID Break bij de RDW

Voila! Bij de RDW met de geschuurde ID19F. De schouwing was een formaliteit, maar voordat alle gegevens op de juiste volgorde staan, ben je zo weer een uurtje verder. De nieuwe eigenaar, Jimmy, is tijdens het schouwen ook nog een familielid tegengekomen. Grote families leidden nog wel tot verrassingen op dit vlak. Nu de auto verder afmaken en proefritjes organiseren.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor ID Break bij de RDW

Sneeuwpret!

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Sneeuwpret!

Demissionair

Vanmiddag was ik vrij lusteloos na mijn deels mislukte ochtendloopje. Het tot uitvoer brengen van de in aankomst zijnde grote boodschap kan je maar beter voor de start op je nemen. Na het ontbijt en wat geharrewar met Piet over de oud ijzer prijzen ben ik uit verveling maar eens gaan zitten voor de technische briefing van Van Dissel. Niet dat ik van plan was nog iets te schrijven over corona en zijn golven, maar nu al een tijdje zich een aardig debacle begint af te spelen qua burgervrijheden in het vroeger zo vrije Europa, kan ik het toch niet laten de jeuk om te zetten in letters.

Het mooie van dit soort tv is toch wel dat iemand die mee kan lezen ook tussen de regels door een hoop info krijgt. De gemiddelde journalist lijkt daar toch wel moeite mee te hebben gezien het gebrek aan ‘breedte’ in de berichtgeving, maar ook de aanwezige tweede kamerleden zijn niet in staat een beetje door te vragen en hem het vuur echt aan de schenen te leggen. Van Dissel is een aardig politiek dier geworden. Met grafiekjes en getallen legt hij haarfijn uit waar de nuances te vinden zijn en hoe het een en ander tot stand is gekomen. Wat met de overwegend droge kost ook mee komt, is dat de maatregelen om dit helse virusmonster te beteugelen direct terug te vinden zijn in zijn schema’s en dat nu de Britse coronavariant in het komende voorjaar de pandemie in volle omvang gaat overnemen, er weinig anders opzit om nog meer repressieve maatregelen te nemen. Kuipers en co moeten niet gedwongen worden tot onbetaald overwerk tenslotte. Het is een opmaat naar bijvoorbeeld een avondklok, waar binnenkort voor de vorm nog over wordt gedebatteerd.

Tussen de regels van Van Dissel’s voordacht is wel het een en ander op te maken. Bijvoorbeeld, waar in het voorjaar onze volprezen premier zijn zuidelijke collega’s uit de pan veegde tijdens de vele steunoverleggen met de in Den Haag uitgevonden ‘intelligent lockdown’, zien we het najaar het tegenovergestelde gebeuren. Toen begin september de besmettingscijfers aardig begonnen op te lopen en de echte deskundigen zinspeelden op een nieuwe lockdown, waren onze parlementariers en kabinetsleden vooral bezig met elkaar, hun toeslagenaffaire en met het mislukte vakantietripje van de piek in de Nederlandse staatkundige boom; de koning en zijn Maxima. Ook in oktober bleef het bij een paar polder-ingreepjes en nadat de meeste kerstinkopen gedaan waren werd de ‘zware lockdown’ veel te laat ingezet, namelijk vlak voor de kerst. Van Dissel kletst er aardig langsheen en de aanwezige parlementariërs zijn niet voornemens heikele vragen te stellen die een al demissionair kabinet in verlegenheid kunnen brengen. Hoe dan ook, binnenkort krijgen we weer een nieuwe aflevering van waarschijnlijk vier jaar te zien waarin volksvertegenwoordigers etaleren dat besturen een vak apart is en overduidelijk niet de hunne.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Demissionair

Corona Italia Panoramica Setra Zona Rossa

Het Coronajaar 2020 was een jaar van vooral in Nederland vastgekoekt zitten, zoals zovelen. Op zich niet erg, maar in november, toen in Europa de teugels weer aardig aangetrokken werden, begon het toch wel te jeuken. Om June, die zich tijdelijk in Florence had gevestigd te bezoeken en om een keer het huis van Ray’s schoonvader te bezoeken, waar hij vanaf wilt, ben ik met de setra, omgetoverd tot quarantainebus, richting het zuiden getogen.

Vertrek op donderdag 19 november en via Mol, Godramstein, Aarwengen, Milaan, Florence, Tivoli in Laurino aangekomen. Na een dag in Laurino heb ik June, die in Florence ingestapt was, op de trein terug gezet. Een dag later, op vrijdag, werd ik door de carabinieri van Laurino verzocht t dorp te verlaten. Tijdens en in de Zona Rossa dient viking-achtig toerisme met alle middelen bestreden te worden. Nu ja, doorreizen naar ponten had ook niet veel zin, want daar waren ook allemaal restricties voor bedacht. De reiziger is de pineut in deze coronawereld, das wel duidelijk, maar wat is het fijn om door Europa heen te reizen zonder te struikelen over het Nederlandse toerisme. Zalig. In ieder geval weer langzaam teruggereden via Campobasso, Fano, Novara, wederom Aarwengen, Annweiler, Langeboom en na 4850 km weer aangekomen in Amsterdam. De setra deed het weer fantastisch, met een brandstofverbruik van ca 1 liter op 6 km.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Corona Italia Panoramica Setra Zona Rossa

2-4

Raymond vroeg me in 2018 om zijn Peugeot 304 te verkopen. Leuk autootje vond ie, maar Ray’s liefde voor auto’s is meestal van korte duur en deze 304 had een verschrikkelijke versnellingsbak, wat de auto in mijn ogen schier onverkoopbaar maakte. Na enige inspanningen een versnellingsbak gevonden en door Chris eronder laten zetten. De auto snel verkocht voor een bedrag dat net paste. In de periode dat de auto te koop stond viel me op dat het een fijn, simpel en ogenschijnlijk betrouwbaar autootje was. Een 204, het zusje van de wat mannelijker ogende 304, had voor mij een wat vriendelijkere uitstraling dan de technisch verder nagenoeg gelijke 304. Toen ik een jaartje later een 204 kreeg aangeboden uit Zweden voor een redelijk bedrag, heb ik m maar gekocht. Misschien voor June later, maar vooral als uitleenautootje, nu ik steeds meer moeite heb om mijn vrij onbetrouwbare 64’er ID uit te lenen.

De donkerrode Zweeds- Franse bolide was niet echt rijklaar, maar het motortje had gelopen, vertelde de verkoper, en de rest moest voor een handige vent een peulenschil zijn. Op zich was dat het wel, maar ik heb wel flink met de koppeling zitten knoeien alvorens ik er achter kwam dat de plaat krom was en hierdoor de bak lastig schakelbaar was. Ondertussen had ik kennis gemaakt met vader en zoon Jonkhart uit Hilversum, die ook niet goed op afstand konden zeggen wat het was. De mannen waren en zijn deskundig op het gebied van Peugeots en hielpen me goed op weg met advies en onderdelen. Wel een uniek stel die twee. Vader loopt zo langzamerhand al tegen de negentig en heeft een soort rariteitenkabinet dat voor het merendeel is ingericht met onderdelen van de jaren zeventig Peugeots; 204, 304, 404 en wat er omheen. Het is een belevenis om bij de man op bezoek te gaan; oeverloos verhalend over beurzen en handeltjes, nog bij de pinken over onderdelen en de bijbehorende prijzen en ook niet verlegen om een advies te geven. Even langs wippen voor een schroefje is er echter niet bij. Het kost je minimaal drie kwartier om je weer los te maken, maar dan heb je wel weer een tasje met gedateerde spullen om je gedateerde Peug weer wat verder te brengen en een hele berg verhalen op de koop toe.

De 2-4 (de kennersterm die de heren Jonkhart bezigen) komt uit 1967, maar is om een of andere reden pas in 1973 in Zweden geregistreerd. Bordeaux van kleur, effe ietsje donkerder dan de jaren zestig bordeaux van Citroen, gebroken wit sleets stoffen interieur, maar vrij hard qua carrosserie. Het eerste model Peugeot wat een dwarsgeplaatste motor had; iets waar citroen pas in 1974 in de CX mee kwam. Een jaartje als leenauto gebruikt, maar afgelopen zomer was het zo ver. June had haar rijbewijs in juni 2020 gehaald en ze ging een maand later met de auto naar Golfe Juan, in Zuid- Frankrijk. Helaas strandde ze halverwege de terugreis wegens een gebrek aan motorolie. De instructies over het peilen van de olie en het eventueel bijvullen waren niet helemaal goed overgekomen en het beessie werd enkele weken later door de ANWB thuisgebracht.

Het demonteren van de aandrijfunit was een overzichtelijke klus en het uit elkaar halen van het draaiende gedeelte om het opspelige drijfstanglager te vervangen, was ook niet al te ingewikkeld. Wat het echter wat complexer maakte dan gedacht, is dat het kapotte lager al provisorisch gerepareerd was in het verleden en dat andere lagers waren verknutseld met wat bruut slijpwerk, wat het vervangen door nieuwe standaard hoofd- en drijfstanglagers vrijwel onmogelijk maakte. Zelf de distributie stond een tand verkeerd. Toch liep het motortje best okee voor vertrek en had het waarschijnlijk nog steeds probleemloos rondgesnord als het oliepeil op orde was gebleven.

De twijfel of het ooit nog goed zou komen sloeg toe en ik ben maar op zoek gegaan naar een vervangende motor. Het blok van de Peug was van het oudere type 1100 en het bleek toch best lastig te zijn om een ander te vinden. Uiteindelijk werd mij door een liefhebber uit Wognum een draaiend blok aangeboden van het nieuwe type. Het ombouwen is nog best wat werk, maar dan heb ik in ieder geval iets wat op termijn zou kunnen passen. In dezelfde week bleek er in Warmenhuizen een 204 break uit 1971 zonder motor te koop te staan. Het net aangeschafte blok bleek daar naadloos in te passen en na wat gedoe over de verkoopprijs heb ik die auto ook maar in de familie opgenomen.

Oktober 2020 werd dus de tweede 2-4 aangeschaft en binnen enkele weken voorzien van een motor. De sedan moest nog maar ff wachten.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor 2-4

EINDE VAN EEN TIJDPERK

1989, het jaar dat Paul en ik samen een zwarte DS kochten. Gespeend van een B rijbewijs, Paul had er wel eentje, leek het mij een mooi object om te leren sleutelen en misschien stiekem in te leren rijden. Lang heeft de feestvreugde niet geduurd, want vrij kort na de aanschaf vloog het apparaat in de hens bij Paul voor de deur. Mijn eigen schuld, want als er geen vonk is, wil dat niet zeggen dat je slordig met benzine om moet gaan in dat donkere gat onder de motorkap.

Na de auto met veel gedoe uiteindelijk bij de moeder van Paul gestald te hebben, ben ik in de armen van de heren garagisten terecht gekomen. Tenslotte waren vele slangen gesmolten, de carburateur overleden en de motorkap voorzien van een ovalen gat waar de mond van Trump een ukkie bij is. Het eerste bergje meuk kwam bij Dan en Peter vandaan. Het tweede bergje bij Rob en David. Beide ‘garages’ waren in het gat van de markt gesprongen; de DS was in die jaren begonnen aan een opmars en zou hetzelfde pad volgen als de Traction Avant. De economie trok aan en de design-rij-oldtimer werd almaar populairder.

Dan en Peter kregen als eerste grote opdracht van Laurens Geels, destijds zakelijk partner van filmer Dick Maas, het verzoek een zwarte DS Pallas met tweede neus te bouwen, maar wel met een 23-5 bak. De film Amsterdamned was na De Lift een kassucces en ‘showing off’ paste wel bij m. Ze zaten in een hilarisch barak aan de Quellijnstraat. David had rond de APK invoering vele DS-sen gesloopt in een kraakpand aan de Gilles van Ledenberghstraat en was voornemens om steeds minder zwart te gaan klussen, wat hem helaas eigenlijk nooit is gelukt. Rob werd ingehuurd om de auto’s van klanten weer de weg op te krijgen met de gesloopte onderdelen die zo heel wat meer opbrachten. Later ging de meuk van Chyparse in de bolides van de nietsvermoedende klanten, destijds langs gebracht door toenmalig eigenaar Menno. De auto’s uit die tijd werden met bossen voor een habbekrats uit Frankrijk gehaald; steevast groen systeem auto’s, liefst handgeschakeld. Niet veel later begon ook Robbert Reimeringer zijn DS Advies in Noord aan de MS Oslofjordweg, vergelijkbaar concept, nu met lease om nóg meer te kunnen verdienen.

Aan alles komt een einde, al helemaal aan verdienmodellen. Dan en Peter gingen uit elkaar midden jaren negentig, Rob verliet de toko van David rond 2005 en Reimeringer verliet ons allen in 2013, maar qua snelle handel was de lol er na 2000 al aardig vanaf. Richard heeft de garage van Robbert voortgezet en, omdat hij weinig beters te doen heeft, nog immer in de lucht kunnen of moeten houden. David’s huisbaas Jos, heeft na jarenlang het geworstel van haar man te moeten aanzien, de stekker er maar uitgetrokken. Het pand, dat ze rond 2000 had aangeschaft, was in de tussentijd verviervoudigd in prijs, de garageomzet is er die jaren niet beter van geworden. Money talks. Dan spijkert nog steeds door aan de Pieter Braaijweg, maar ook hij ziet dat de vraag naar rij-auto’s door de jaren heen flink is teruggelopen. Klantvriendelijkheid houdt de boel denk ik op de been. Hij hoeft ook niet lang meer. De DS is als verdienmodel flink op zijn retour, het pad van de Traction Avant volgend, met een vertraging van zo’n 20 jaar.

Aan het stoppen van de DS Keizer, de zaak van David, is onder andere in het DS clubblad veel aandacht besteed. Als het geld in alle keuzes doorslaggevend is, is het opheffen een logisch gevolg. Helaas is in de media geen aandacht besteed aan onze Henk, de melancholische monteur met zwartgallige humor en een zwerverachtig uiterlijk. Henk maakte een bezoek aan de DS keizer dragelijk. Stond David structureel de bezoeker te scannen op portemonneedikte, met Henk kon je tenminste een relativerend gesprek voeren zonder dat je gerold werd. Kreeg menigeen van David een enorm lulverhaal opgespeld omdat dat in die situatie het beste leek, Henk verdomde het om ergens over te gaan liegen als er wat verkloot was. Voor een leugen verwees ie je steevast door naar David. Henk was er alleen de laatste tijd weinig, door Corona en fysieke omstandigheden. Voor David tien anderen, Henk was uniek!

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor EINDE VAN EEN TIJDPERK

Eindelijk: Een Norton Commando..

Jarenlang reed ik tussen Delft en Amsterdam op de Yamaha SR500 heen en weer, om m rond 2005 te verkopen. Was de Yamaha tussen mijn 20e en 30e mijn meest gebruikte gemotoriseerde vervoermiddel, vaak liet ie me ook in de steek. Het weerhield me niet om erop door te blijven rijden, maar toeN ie aardig uit elkaar begon te vallen, kocht ik rond 2000 mijn Guzzi V7. Deze Italiaan was vrij log en ook altijd wat mee mis. Het plezier verminderde door de tegenslagen en toen June en Lou geboren waren, stopte ik er helemaal mee; het technisch op orde houden van een oldtimer gezinsauto leek me een grotere uitdaging. In 2015 nam ik na jarenlange stilstand ook afscheid van de Guzzi. Een jaartje of twee terug begon het toch te kriebelen en toen Bram me verleden jaar tipte dat er achter in de schuur bij Richard een Norton Commando stond, was de liefde voor het rijden weer even terug. Met de eigenaar, Huib, een afspraak gemaakt toen hij aangaf dat de motor eventueel wel te koop was en een proefrit mee gemaakt. Even wennen is het wel, de rem- en versnellingspedaal andersom. De Guzzi had t ook, maar daar heb ik nauwelijks mee gereden. Na wat geneuzel stond de Norton rond mijn verjaardag op mijn naam. Dat is nu drie maanden terug. De eerste reparaties zijn al weer achter de rug, waarbij het meest heugelijke tot nu toe toch wel het bij de Forbo op de provinciale weg aldaar terugvinden van de carburateur-aftapplug (wie bedenkt t?) was.

Over de Norton zelf valt voor mij als nieuwkomer weinig te vertellen. De tank is de vergrote versie, het zadel is hiervoor van een aangepast model en er zijn wat andere modificaties aangebracht als een Mikuni-carburateur die, zegt men, beter zou lopen dan de originele dubbele carburateurs. Knipperlichten en spiegels zijn er vanaf gehaald.

Ik wil er niet al te veel op gaan rijden, maar met mooi weer en een goede temperatuur is het erg leuk speelgoed. Uiteindelijk past hij beter bij mijn rijstijl en postuur dan de andere twee. Wel uitkijken dat ik niet eindig als Bertus..

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Eindelijk: Een Norton Commando..